Column Patrick Petersen (uit Adformatie): Neerlands zeiknetwerk verliest haar passie

Twitter is het sociale netwerk met miljoenen tweets per dag. Ook in Nederland. Een harde kern van tweeps zorgt voor een meerderheid aan tweets. Het is het medium van de snelle dialoog. In Nederland is Twitter vooral hét zeiknetwerk van Nederland. Zeiken over tv-programma’s. Zeiken over die servicevraag die niet snel genoeg wordt beantwoord en zeiken over je baas.. die old skool aan het zeiken is. Tweeps die nauwelijks eigen boeiende content kunnen bieden zeiken collega-tweeps af die dat wel kunnen en willen. Continue reading

Hoofdstuk 12 COLUMN: Organisaties weten niet met social ambassadeurs om te gaan; 5 learnings

Social media marketing nadert het punt van de harde waarheid. De consument en crowd omarmen sociale media massaal. Organisaties worstelen met de juiste bedoelingen en daarbij vooral de vraag hoe zij moeten omgaan met de dialogen, de contacten, de fans en dé social ambassadeurs.

Learning 1: structureel fangedrag herkennen

Wat fangedrag is? Het wekelijks via Facebook inchecken bij de lokale supermarkt. Via LinkedIn met die bouwontwikkelaar meedenken met zijn nieuwe woningen. Op Twitter na elke les het opleidingsinstituut danken voor de leerzame les. Bij de aankoop van die nieuwe LED-tv de tv-producent op Google Plus openlijk bedanken voor het topproduct. De winkel waar je de tv hebt gekocht zet je nog even in de cc. Dit bedanken is voorzien van een foto op Instagram en een Pinterest-story hoe jij de tv in jouw interieur een fraaie plek hebt gegeven. Fangedrag is ook die vakantieorganisatie danken voor het superverblijf dat jij daar in die cottage in Duitsland hebt gehad. Jouw bedankje vergezellen met een serie foto’s en compleet album op Flickr.
Organisaties lijken deze content van hoge commerciële waarde maar nauwelijks te (h)erkennen. So far, learning 1.

Learning 2: de snelheid van handelen

Het zijn vooral de fans en de ambassadeurs die user generated content verspreiden en ‘prosumeren’. Hierbij de relativering dat het verschijnsel van openlijk meedenken en positief fangedrag niet nieuw is. Wel is de snelheid en de hoeveelheid content enorm toegenomen door het gebruik van social media. Juist in een tijd dat innovatie hoog op de agenda moet staan en de kritische consument jouw toekomst strak in handen heeft, zou er een focus moeten zijn op het omgaan met fangedrag. Continue reading

COLUMN auteur Patrick Petersen: Social reputation; het managen van jouw bestaan

‘Being cool is about being yourself’. Een typische jaren tachtig uitspraak. De vraag is: ‘Moet je cool zijn?’ of ‘gewoon jezelf’ om in de huidige sociale media enige reputatie op te bouwen. In de massa BlaBla genoemd Social Media trainingen en presentaties wordt vooral gehamerd op … jouw reputatiemanagement. Reputatie definieer ik hier als het image van jouw staat van dienst.

En – flauw dat de presentaties te vaak zijn- wordt het alleen genoemd. Soms ook wel ‘benoemd’ maar dieper gaat het niet. En diep is het. Diep gaat het. Jouw reputatie is iets dat staat en waarover wordt gepraat. Een reputatie moet –openlijk- ergens erkend worden. Anders zijn het gewoon ‘achievements’ die achter gesloten deuren blijven.
Het is aanwezig en duikt ergens op op een niet-altijd-te-controleren-manier.
Waar het dus in wezen om gaat is dat jij en jouw organisatie goede producten en diensten leveren met daarbij de perceptie van jouw klanten, relaties en verbonden crowd, dat het ook zo goed is. Wellicht is ‘erkenning’ beter op zijn plek dan ‘perceptie’. Jij doet dus in het circus jouw act, het publiek zegt ‘oooo’ en klapt. Maar –belangrijk daarbij- het publiek moet wel buiten de circustent gaan rondvertellen dat jij een ‘whoah’ optreden hebt dat boeit.
Reputatiemanagement lijkt dus niets meer dan een lobby om jouw topprestaties de sociale media in te slingeren. Feit is dat je eerst voor die kritische sociale netwerken überhaubt moet bestaan en moet boeien. Maak je suikerklontjes en gaat dat al 100 jaar erg goed, dan moet je je alsnog afvragen of het al meer dan 100 jaar goed afleveren van suikerklontjes van jouw fabriek aan de retail en uiteindelijke klant wel boeiend genoeg is. Je moet dus als ‘low interest’dienstenaanbieder een bovenbouw uit de kast halen die jouw suikerklontjes wel in de spotlights zetten. Business as usual doet dat veelal niet. Da’s niet boeiend. Toyota is hiervan misschien wel een ultiem voorbeeld. Als grijze muizen en ietwat onopvallend maakte de Japanse autofabrikant al jaren goede, snelle, zuinige en groene auto’s. Niets op aan te merken. Totdat er wereldwijd twee gaspedalen los zitten. De gehele wereld valt over je heen en jij staat met jouw topauto in de spotlights. Vervolgens los je dit goed op met de nodige media-aandacht, je laat zien dat jouw merklading voor menselijk is en dat je dus een fout kunt maken en geeft grootst erkenning van eventuele gebreken. Jouw reputatie bestaat en zit top of mind.
Vervolgens moeten ze iets van interesse met jouw business en diensten hebben. Vervolgens moeten jouw prestaties meetbaar zijn en op een boeiende manier te communiceren.
Dus: doe eerst iets gigantisch fout. Op dat moment merk je snel wat jouw nulpunt is in de reputatie en ‘credits’. Je valt met die fout gigantisch op. Men valt wellicht wel massaal over je heen, dus je bestaat. Omdat je bestaat krijg je een podium. Op dat podium zal je moeten laten zien hoe je die gigantische fout gaat corrigeren. Na correctie kunnen we een vergelijking maken. We pakken je nulpunt en kijken of die reputatie gestegen of gedaald is.
PP (@onlinemarketeer)