Hoofdstuk 12: ‘Ruim helft Nederlandse jongeren vindt zichzelf verslaafd aan sociale media’

 

Social network web site surfing concept illustration of young people using mobile gadgets such as smarthone, tablet and laptop to be a part of online community. Flat guys and women on big notebook with symbols

De iPhone zou kunnen leiden tot een smartphoneverslaving van jongeren, net als sociale media. Dit is terecht, zegt de Universiteit Utrecht. De universiteit doet onderzoek naar het gebruik van sociale media onder jongeren tussen de 12 en 16 jaar. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat de helft van de ondervraagden (2.700) toegeeft een milde of ernstigere sociale mediaverslaving te hebben. Dat meldt NOS.      

Inmiddels heeft 98,6 procent van alle jongeren tussen de 12 en de 18 jaar een smartphone. Hoeveel dit onder kinderen jonger dan 12 is blijft onduidelijk: dat houdt het CBS niet bij.

Sociale media

WhatsApp, Facebook, Instagram, Snapchat: allerlei media die jongeren veelal op hun telefoon gebruiken. Tot grote ergernis van docenten, want ze  zien de jongeren eronder leiden. Leerlingen zijn minder geconcentreerd, sneller afgeleid en behalen slechtere scores op toetsen. Meerdere scholen hebben inmiddels maatregelen genomen, maar boekten daarmee weinig resultaat.

Officiele verslaving

Een officiële smartphone- of socialmediaverslaving bestaat nog niet, daarvoor is eerst onderzoek nodig. De Universiteit Utrecht (UU) is inmiddels al wel bezig met lijst met daarop eigenschappen van zo’n verslaving. Wie op de lijst zeker vijf van de negen punt kan afvinken, is  hoogstwaarschijnlijk verslaafd. Als er specifiek naar deze lijst gekeken wordt, vallen ineens veel zelfbenoemde verslaafde jongeren af. Dan gaat het slechts om een klein percentage jongeren die echt kampt met een verslaving en niet om 50 procent, zoals zij zelf aangeven.

Smartphoneverslaafden zijn minder gelukkig dan niet-verslaafden. “Ze ervaren meer stress. Bijvoorbeeld als ze hun telefoon niet bij zich hebben, even berichten niet kunnen beantwoorden, of heel veel berichten tegelijk ontvangen. Dan zijn ze daar zo eenzijdig mee bezig, daar worden ze waarschijnlijk niet echt gelukkig van”, aldus UU-onderzoeker Regina van den Eijnden. 

Via Nationale Zorggids 

61201