
Hoofdstuk 6: Indeling van de interface, site en app. Met een webinterface (Engels: web interface) wordt meestal een grafische gebruikersomgeving (GUI) bedoeld voor de gegevensuitwisseling tussen een computergebruiker en een applicatie.
De interface bepaalt in sterke mate hoe gemakkelijk iemand een site of app begrijpt en gebruikt. Een technisch goed werkende website kan alsnog frustreren wanneer bezoekers niet snel vinden wat zij zoeken, niet begrijpen wat een knop doet of vastlopen tijdens een bestelling.
Van doel naar structuur
Een goede interface begint niet met kleur of vormgeving, maar met het doel van de gebruiker. Wil iemand informatie vinden, een afspraak maken, een product bestellen, contact opnemen of een account beheren? De structuur van een site of app moet die taak zo eenvoudig mogelijk maken.
Daarbij helpt een duidelijke informatiearchitectuur: de logische indeling van pagina’s, onderwerpen en functies. Hoofdonderwerpen krijgen een zichtbare plek in de navigatie. Minder belangrijke informatie staat dieper in de site. Zo hoeft een gebruiker niet te zoeken naar de volgende stap.
Navigatie en herkenbaarheid
Navigatie helpt bezoekers om hun weg te vinden. Bij websites bestaat die vaak uit een hoofdmenu bovenaan, een zoekfunctie, links in de tekst en een footer met aanvullende informatie. Apps werken meestal met een compactere navigatie, bijvoorbeeld een balk onderin het scherm met vaste onderdelen zoals Home, Zoeken, Favorieten en Profiel.
De basisregel is: houd de indeling herkenbaar en consequent. Een winkelmandje staat meestal rechtsboven, een logo brengt de gebruiker vaak terug naar de homepage en een vergrootglas verwijst doorgaans naar zoeken. Door aan te sluiten bij zulke bekende patronen hoeft de gebruiker niet telkens opnieuw te leren hoe een interface werkt.
#8601, hom9031 , #hom9031
