H1 en H13: Buitenreclame krijgt door AI-search functie: ‘De billboard wordt de eerste AI-prompt’ #OOH #GEO

 

Buitenreclame krijgt door AI-search een nieuwe digitale vervolgfunctie. Waar marketeers jarenlang vooral keken naar bereik, herkenning, branded search en websiteverkeer na een Out of Home-campagne, kan een opvallende billboard tegenwoordig rechtstreeks een vraag aan ChatGPT, Gemini, Perplexity of Google AI Mode uitlokken. Daarmee ontstaat een nieuwe verbinding tussen buitenreclame, customer journey-design en Answer Engine Optimization of Generative Engine Optimization.

De ontwikkeling wordt beschreven door The Drum in het artikel “Your billboard is becoming a search query. What happens when OOH triggers AI?”. De centrale gedachte is dat een buitenreclame-uiting niet langer alleen een merkboodschap overbrengt. De uiting kan ook de cognitieve aanleiding vormen voor een gesprek met een AI-assistent.

Dat maakt de kwaliteit van de informatie rond een merk belangrijker. Een billboard kan in enkele seconden nieuwsgierigheid opwekken, maar websites, reviews, nieuwsartikelen, vergelijkingssites en andere externe bronnen bepalen vervolgens welk antwoord de consument krijgt. Fysieke zichtbaarheid en digitale vindbaarheid raken hierdoor sterker met elkaar verweven.

 

 

 

 

Van fysieke impressie naar conversationele zoekvraag

De klassieke route na het zien van buitenreclame was overzichtelijk. Een voorbijganger zag een merk, product of campagneclaim en zocht later via Google op de merknaam. Marketeers konden het effect gedeeltelijk terugzien in branded search, direct websiteverkeer, winkelbezoek en verkoop. AI-search verandert vooral de vorm van die vervolgstap. Consumenten hoeven niet langer zelf verschillende websites te openen en de informatie te vergelijken. Ze kunnen een volledige vraag stellen aan een AI-assistent. Bijvoorbeeld of een onbekend merk betrouwbaar is, wat een campagneclaim betekent, hoe het product wordt beoordeeld en welke alternatieven beschikbaar zijn.

De klantreis kan daardoor verschillende stappen bevatten:

iemand ziet onderweg een billboard of digitaal scherm;

de uiting roept nieuwsgierigheid of twijfel op;

de consument stelt een vraag aan een AI-assistent;
de AI combineert informatie van meerdere online bronnen;
de consument onderzoekt het merk verder, bezoekt de website of onderneemt actie.
“The billboard may actually be the first prompt.” — Loud! OOH, buitenreclamespecialist, via The Drum.

Strikt genomen is de billboard niet zelf de prompt. De uiting veroorzaakt de vraag die later als prompt wordt ingevoerd. Dat onderscheid is belangrijk, maar doet weinig af aan de strategische verandering: buitenreclame kan het beginpunt worden van een conversationele zoektocht waarin AI als tussenpersoon optreedt.

Onderzoek ondersteunt dat OOH mensen aanzet tot digitaal gedrag. In het Britse OutPerform-onderzoek van Outsmart, Ipsos en Route waren mensen die een OOH-campagne hadden gezien 17 procent vaker geneigd om via hun smartphone iets met het merk te doen. Bij de twintig best presterende campagnes liep deze stijging op tot 38 procent. Van de gemeten smartphone-acties ging 66 procent rechtstreeks naar het merk. Bovendien was 57 procent van de mensen die actie ondernamen een nieuwe of terugkerende klant. Ook de Amerikaanse Harris Poll vond een duidelijk verband tussen digitale buitenreclame en actie. In een onderzoek in opdracht van OAAA zei 76 procent van de respondenten recent iets te hebben gedaan naar aanleiding van een DOOH-uiting. Daarbij ging het onder meer om online zoeken, websitebezoek, winkelbezoek en het overwegen van een aankoop.

OOH en GEO groeien naar elkaar toe

Een krachtige buitenreclamecampagne creëert niet alleen bereik, maar ook nieuwsgierigheid. Een opvallende prijs, onbekende term, vergelijking, duurzaamheidsclaim of onverwacht beeld kan consumenten aanzetten om aanvullende informatie op te zoeken. Waar die zoektocht vroeger voornamelijk via traditionele zoekresultaten verliep, wordt steeds vaker een compleet geformuleerde vraag aan een AI-systeem gesteld. Google beschrijft zelf dat gebruikers met AI-search langere, specifiekere en complexere vra gen kunnen stellen. Een consument zoekt dan niet alleen op “merk X”, maar vraagt bijvoorbeeld: “Is merk X betrouwbaar, zijn de producten duurzaam en hoe verhouden de prijzen zich tot merk Y?”

AI-systemen kunnen voor hun antwoord putten uit verschillende soorten bronnen:

de officiële website, productpagina’s en FAQ’s van het merk;
onafhankelijke media, vakpublicaties en nieuwsartikelen;
klantreviews, ervaringsverhalen en vergelijkingssites;
openbare bedrijfsprofielen, onderzoeksrapporten en databronnen;
content van retailers, partners, experts en brancheorganisaties.
Daarmee krijgt GEO een rol die verder gaat dan organische AI-search. Een organisatie die veel investeert in fysieke zichtbaarheid, maar online weinig betrouwbare, actuele en consistente informatie beschikbaar stelt, kan in de AI-vervolgstap terrein verliezen. De AI-assistent kan een concurrent aanbevelen, vraagtekens plaatsen bij de campagneclaim of vooral negatieve ervaringen uit reviews samenvatten. Het oorspronkelijke GEO-onderzoek van wetenschappers van Princeton University en IIT Delhi laat zien dat de zichtbaarheid van bronnen in generatieve antwoorden tot op zekere hoogte beïnvloedbaar is. Binnen de experimentele onderzoeksomgeving konden aanpassingen zoals duidelijke bronverwijzingen, relevante citaten, begrijpelijke formuleringen en statistische onderbouwing de zichtbaarheid met maximaal 40 procent vergroten. Dat percentage is geen garantie voor commerciële systemen, maar het toont wel aan dat de vorm en onderbouwing van online informatie verschil kunnen maken.

“De billboard koopt de aandacht, maar het digitale informatie-ecosysteem bepaalt welk antwoord de consument daarna krijgt.”

Voor marketeers betekent dit dat owned, earned en shared media rond dezelfde feiten moeten zijn opgebouwd. Prijzen, voorwaarden, productkenmerken, keurmerken en campagneclaims moeten niet uitsluitend in een afbeelding, commercial of PDF staan. Ze moeten ook als toegankelijke en controleerbare webtekst beschikbaar zijn. Correcte structured data kan zoekmachines helpen informatie te begrijpen, al benadrukt Google dat er geen speciale AI-mark-up bestaat die automatisch een plek in AI-antwoorden garandeert.

De Nederlandse OOH-markt beschikt al over een gedetailleerde basis voor bereikmeting. BRO Next maakt sinds 1 januari 2026 deel uit van het Nationaal Media Onderzoek. Het systeem combineert verplaatsingsgegevens, een Nederlands verplaatsingspanel, informatie over tienduizenden reclameobjecten en internationaal eye-trackingonderzoek. Voor digitale schermen kunnen bereik en contactmomenten bovendien op uurniveau worden vastgesteld.

Daarmee kunnen adverteerders redelijk nauwkeurig bepalen hoeveel mensen een uiting konden zien. Veel moeilijker is de vraag wat iemand daarna aan ChatGPT, Gemini of Perplexity vraagt. AI-prompts zijn doorgaans niet beschikbaar in een openbaar zoekvolumerapport en antwoorden kunnen variëren per platform, locatie, gebruiker en moment.

Ook bestaande meetmethoden blijven nodig. Denk aan branded search, direct verkeer, landingspagina’s, QR-codes, winkelbezoek, social mentions en conversie. Door deze indicatoren te combineren met campagneplanning en AI-monitoring ontstaat een breder beeld van het effect.

Een relevante aanwijzing komt uit de analyse van Peter Field op basis van de IPA Databank. Volgens Outsmart versterkt intensief gebruik van OOH bij campagnes met zeer grote bedrijfseffecten het effect van search met 129 procent. Die uitkomst bewijst nog niet dat hetzelfde effect automatisch voor AI-search geldt, maar maakt het aannemelijk dat buitenreclame ook conversationele zoekactiviteit kan voeden.

Nieuwe KPI: welke prompt veroorzaakt de campagne?

De ontwikkeling vraagt om een uitbreiding van de creatieve briefing. Marketeers moeten niet alleen bepalen hoeveel mensen de campagne moeten zien, maar ook welke gedachte, vraag of twijfel de uiting waarschijnlijk veroorzaakt. Vervolgens moet worden onderzocht of het online informatie-ecosysteem daarop een overtuigend antwoord geeft. Voor iedere belangrijke campagneclaim kan een organisatie een kleine “promptkaart” maken. Daarop staan de verwachte consumentenvraag, het gewenste feitelijke antwoord, de beschikbare bewijsvoering, de bronnen die een AI-systeem kan vinden en eventuele reputatierisico’s. Zo worden OOH, contentmarketing, PR, SEO, GEO en webcare al vóór de lancering met elkaar verbonden.

Nieuwe KPI’s kunnen zijn: aanwezigheid in relevante AI-antwoorden, aandeel in merkvermeldingen, sentiment, geciteerde bronnen, zichtbaarheid ten opzichte van concurrenten en verkeer vanuit AI-platforms. Deze cijfers moeten naast reguliere indicatoren worden geplaatst, niet als vervanging daarvan. AI-zichtbaarheid zonder bereik of conversie is immers nog geen aantoonbaar bedrijfsresultaat. De grootste verandering zit uiteindelijk in het denken over buitenreclame. Een billboard is niet meer alleen het einde van een mediaproductieproces. Het kan het begin zijn van een informatieketen waarin de consum

Hoofdstuk 1: Waardecreatie; AI en marketing

Generatieve AI helpt bij het ontwikkelen van content, campagnevarianten en persoonlijke communicatie. Een webshop kan bijvoorbeeld productaanbevelingen afstemmen op eerdere aankopen, terwijl een AI-assistent klanten helpt een geschikte keuze te maken. De waarde ontstaat wanneer deze ondersteuning de klant daadwerkelijk tijd bespaart, onzekerheid vermindert of een betere oplossing oplevert. Ook consumenten gebruiken AI om informatie te zoeken, producten te vergelijken en aanbiedingen te beoordelen. Daardoor moeten organisaties hun meerwaarde helder en betrouwbaar onderbouwen. De marketeer bepaalt de strategie en controleert of AI-uitkomsten correct, relevant en zorgvuldig zijn. Privacy, transparantie en persoonlijk contact blijven daarbij belangrijke aandachtspunten.

AI verandert hoe organisaties klanten begrijpen, bereiken en bedienen. Door gegevens te analyseren, helpt AI patronen in klantgedrag te herkennen, doelgroepen te segmenteren en behoeften te voorspellen. Hierdoor kunnen marketeers hun aanbod, communicatie en timing beter afstemmen op de klant. Generatieve AI ondersteunt daarnaast het maken van teksten, beelden en campagneconcepten.

De impact gaat verder dan efficiënter werken. Ook consumenten gebruiken AI om informatie te zoeken, producten te vergelijken en aankoopkeuzes te maken. Daardoor worden betrouwbare productinformatie, een duidelijke positionering en zichtbaarheid in AI-antwoorden belangrijker. Marketing richt zich daarmee ook op de systemen die klanten adviseren.

De basis blijft waardecreatie: begrijpen wat de klant nodig heeft en daarop een onderscheidend antwoord bieden. AI kan dit versterken, maar vraagt om kwalitatieve gegevens, menselijke controle en zorgvuldig gebruik van klantinformatie. De marketeer combineert daarom technologische mogelijkheden met creativiteit, strategisch inzicht en aandacht voor vertrouwen.

#hom9009, hom9009

 

Hoofdstuk 1: Disruptie en Verdwenen Merken

 

 

 

Waar is Van Gend en Loos gebleven, wat is er gebeurd met Postbus 51 en hoe is het eigenlijk afgelopen met het Land van Ooit? Het boek ‘Verdwenen Merken’ biedt een uniek overzicht van bekende Nederlandse merken die tussen 1970 en 2015 zijn verdwenen.

In woord en beeld worden meer dan 300 merken weer even tot leven gebracht. Het afscheid van deze merken is soms tragisch, spectaculair of komisch, maar altijd spraakmakend. Van de ondergang van Exota en de DSB Bank tot het uit de lucht halen van Air Holland en TMF.

 

 

Met bijdragen van o.a. Bert van der Veer, Cor Molenaar, Erik de Zwart, Harry Kramp en Marianne Zwagerman biedt Verdwenen Merken een vermakelijk inzicht in ons ‘Nederlandse erfgoed’. Het boek staat garant voor honderden “oh ja”-momenten voor jong en oud.

 

 

 

 

 

#HOM9007, HOM9007

Hoofdstuk 1 De evolutie van het marketingdenken (Kotler) #video

 

 

Marketingwetenschappers, zoals Kotler beschrijven de overgang van traditionele naar moderne marketing. Zijn wetenschappelijke bijdrage krijgt ook kritiek: in hoeverre heeft zijn werk aantoonbaar bijgedragen aan de marketingwetenschap? Bij de fase van Marketing 1.0, zoals hij in zijn marketingboeken beschrijft, stond het product centraal. Bij Marketing 2.0 verschuift de aandacht naar de klant. In Marketing 3.0 beschouwt Kotler klanten als complete mensen, met eigen waarden, behoeften en ervaringen. Deze generatie draait om mensgerichte marketing. Met de inzet van AI en marketing komt deze mensgerichtheid weer terug als focus. Met Marketing 4.0 beschrijft Kotler de overgang naar een digitale, datagestuurde aanpak, zie de tabel in het boek.

 

Hij legt uit hoe klanten beslissingen nemen en benadrukt het belang van data om hun gedrag te begrijpen. Verderop in dit boek komt big data uitgebreider aan bod. Marketing 5.0 van Philip Kotler draait om het inzetten van technologie om klanten beter te begrijpen en te helpen. Denk aan AI, data-analyse en automatisering voor persoonlijke aanbiedingen en een betere klantbeleving. Daarbij blijven menselijke behoeften en waarden centraal staan: technologie ondersteunt mensgerichte marketing.

 

 

 

 

hom9004, #hom9004

Hoofdstuk 1 TEDx selectie: “AI en democratie kunnen elkaar flink versterken”

Toen  Divya Siddarth onlangs werd gevraagd waar ze aan werkt, antwoordde zij: “Democratie en technologie.” De persoon keek haar aan en zei: “Wauw… gecondoleerd.”. Divya Siddarth is een Indiase-Amerikaanse onderzoeker, politiek econoom en technologie-expert die zich bezighoudt met de relatie tussen kunstmatige intelligentie (AI), democratie en collectieve besluitvorming. Ze is vooral bekend als medeoprichter en directeur van het Collective Intelligence Project (CIP), een organisatie die onderzoekt hoe burgers meer inspraak kunnen krijgen in de ontwikkeling en besturing van AI.

Lees verder

Hoofdstuk 1: Moderne marktsegmentatie #model #tutorials #case

Marketing  vereist namelijk een fundamenteel uitgangspunt: je moet je klant door en door kennen. Omdat er geen anonieme massa tussenbeide kwam die de klappen opving, was elke mispeer direct voelbaar in de resultaten. Om die directe verkoop tot een succes te maken, was het destijds al noodzakelijk om de markt doelbewust op te delen. Handelaars moesten hun totale doelgroep segmenteren in behapbare, relatief homogene groepen: klanten met vergelijkbare kenmerken, behoeften of gedragingen. Het segmentatiemodel onderscheidt hiervoor vijf invalshoeken. Demografische segmentatie kijkt naar leeftijd, geslacht, levensfase en gezinssamenstelling. Geografische segmentatie richt zich op woonplaats, regio, stedelijkheid en klimaat. Sociaal-economische segmentatie gebruikt inkomen, koopkracht, beroep en opleiding om de bestedingsmogelijkheden te begrijpen. Psychografische segmentatie gaat dieper in op persoonlijkheid, leefstijl, interesses, waarden en koopmotivaties, zoals gemak, zekerheid of status. Gedragssegmentatie kijkt naar productkennis, houding, gebruik, koopfrequentie en loyaliteit.

 

 

Een segmentatie case van Muziekgebouw aan het IJ

 

Door deze invalshoeken te combineren, kunnen aanbieders hun producten, communicatie en dienstverlening beter afstemmen op specifieke klantgroepen. Een fietsenwinkel kan bijvoorbeeld stedelijke forenzen onderscheiden die dagelijks fietsen en gemak belangrijk vinden, en recreatieve fietsers die vooral comfort zoeken tijdens langere tochten. Zo ontstaat een gerichte marktbewerking die aansluit op zowel de situatie als de motivatie van de klant.

 

 

 

#hom9008, hom9008