Hoofdstuk 15: EXPERTCASE Online video, vodcast en podcast met De Boardroom

 

 

De Boardroom is hét Nederlandse B2B mediaplatform over creativity, marketing en digital. De talkshowformats richten zich op C-level, strategen, managers, zzp’ers en andere professionals die willen worden bijgepraat over actuele ontwikkelingen, trends en nieuws op het gebied van AI, marketing, tech, HR, media tot digital. Als informatief en onafhankelijk platform brengt De Boardroom, met Ronald ter Voert als presentator en Bert Hagendoorn als sidekick, steeds wisselende tafelgasten samen: van aanstormend talent tot gevestigde namen uit de industrie.

Door de focus op audio, video, snippets en community is De Boardroom in korte tijd uitgegroeid tot een gerenommeerd merk in B2B, te streamen via YouTube, Spotify, LinkedIn, Instagram tot Substack, met partners zoals Adobe, Adformatie en Mediahuis.

Als eigentijds B2B creatorplatform werkt De Boardroom op basis van partnerships, gericht op een Nederlands kijk-, luister- en leespubliek.

Hoe bepalen jullie welke onderwerpen, gasten en verhalen zakelijke beslissers aanspreken, gezien het grote aanbod van podcasts en vodcasts?

We willen unieke en aansprekende content brengen. Dat betekent dat we verder kijken dan wat er recentelijk in de media is verschenen of wat voor de hand ligt. Ronald heeft jarenlange ervaring als tv-producent, hoofdredacteur (onder andere bij Emerce), dagvoorzitter en presentator. Hij deed dat bij talloze grote en kleine events, radioshows en podcasts over thema’s als tech, commerce, innovatie, marketing en ondernemerschap. Daardoor hebben we korte lijntjes met decision makers en aanstormend talent in de Nederlandse markt. We doen eigen research en houden altijd een voorbereidende call met de studiogast. Ook signaleren en duiden we trends en ontwikkelingen vroegtijdig. Op basis daarvan bepalen we welke onderwerpen relevant zijn voor onze doelgroep. De keuze voor gasten en onderwerpen is uiteindelijk een samenspel. We zoeken naar unieke, authentieke verhalen met tafelgasten die je niet snel ergens anders tegenkomt.

 

 

 

Wat maakt het format van De Boardroom onderscheidend binnen het B2B-aanbod?

We combineren audio, video, snippets en community in één aanpak. Weinig andere B2B-spelers doen dat. Dat komt deels doordat veel bestaande partijen al langer actief zijn. Hun businessmodel is gebouwd rond tekst en events, niet rond multimediale content. Daarnaast bestaat het team van De Boardroom uit specialisten op elk van deze gebieden. Van voorbereiding en opname tot editing, socialmediamarketing en het opbouwen van een community op Substack. Die combinatie van expertise zorgt ervoor dat we uit elke stap in het proces het maximale resultaat halen.

Hoe zorgen jullie dat een aflevering ook zonder beeld (podcast) aantrekkelijk en begrijpelijk blijft?

Het editen van video en audio zijn twee losstaande processen. Beeldtaal werkt nu eenmaal anders dan audio-only. Bij het editen verplaatsen we ons steeds in de ontvanger; de kijker of de luisteraar. Zo zorgen we dat we beide groepen optimaal bedienen. In de audioversie halen we bijvoorbeeld ‘ruis’ weg, zoals stopwoordjes, versprekingen en te lange stiltes. Zo wordt het geheel prettiger om naar te luisteren. Ook in de post-productie letten we op hoe het geluid klinkt. Van de klank van de opname tot de warmte van de stemmen in de studio.

Hoe vertalen jullie een volledige aflevering naar korte online video’s voor bijvoorbeeld LinkedIn en YouTube?

De hoofdvideo bouwen we op uit vier videostreams. Die editen we achteraf, inclusief zogeheten luistershots: beelden van de luisterende gesprekspartner terwijl een ander aan het woord is. Deze kwalitatief hoogwaardige hoofdvideo vormt de basis voor onze snippets. Dat zijn korte fragmenten van doorgaans één tot drie minuten. De selectie hiervan kan handmatig, maar gaat sneller en net zo goed met software zoals CapCut. Daarbij houden we rekening met de virale potentie van elk fragment. Achteraf voegen we steeds een korte, inhoudelijke toelichting toe.

Hoe ziet jullie proces eruit, van voorbereiding tot publicatie, en waar gebruiken jullie eventueel AI voor montage, ondertiteling of fragmentselectie zonder de authenticiteit van het gesprek te verliezen?

We zijn goed op de hoogte van wat er speelt en gaat spelen in de verschillende markten. Daardoor kunnen we gemakkelijk inspelen op onderwerpen die onze tafelgasten willen agenderen. Het kijk- en luisterpubliek is daarbij altijd leidend. Is het onderwerp urgent en actueel genoeg? En welke nieuwe inzichten levert het hen op? Voorafgaand aan elke opname doen we zelf de nodige research. AI gebruiken we daarbij als hulpmiddel, vergelijkbaar met hoe we vroeger Google gebruikten om informatie op te zoeken. Dat doen we altijd op een journalistieke manier, met bronnen die we controleren. Ook bij de zo’n 350 posts die we jaarlijks op social media publiceren zetten we AI ondersteunend in. Verder gaat het gebruik niet. Alle montage blijft mensenwerk. Uit meerdere tests is namelijk gebleken dat AI nog niet in staat is om kwalitatief hoogwaardige edits te maken. Niet op basis van wat iemand zegt, niet van de emotionele lading van een gesprek, en niet van het juiste gebruik van luistershots.

Hoe meten jullie of bereik en engagement ook leiden tot vertrouwen, zakelijke relaties en aanvragen voor partners, en kunnen jullie dit illustreren met een concrete case en resultaten?

Ons bereik groeit gestaag door. Het levert over de verschillende platforms heen aanzienlijke engagement op. Die zichtbaarheid versterkt ons merk en zorgt ervoor dat we top of mind zijn bij potentiële partners. Onze aanpak, de gasten, de onderwerpen en het eindresultaat spelen daarbij allemaal een rol. Denk aan discussies op de socials op basis van posts tot interactieve live Q&A’s op Substack, waar de kijker zelf vragen kan stellen aan de gast. Samen met onze distributie en marketing zijn we zo in korte tijd hierdoor uitgegroeid tot een autoriteit binnen B2B. Dat komt mede door onze informatieve, journalistieke en onafhankelijke aanpak, in combinatie met onze gastenlijst en (media)partners.

LinkedIn is daarbij een van de belangrijkste pijlers onder ons succes. We hebben er ongeveer 10.000 volgers (stand september 2026). We wisselen onze shorts af met actuele en urgente artikelen over uiteenlopende onderwerpen. Zo bouwen we bekendheid op bij een brede doelgroep. Die toegevoegde waarde zorgt voor een positieve houding ten opzichte van ons merk en onze formats. Dat leidt weer tot nieuwe partnerships. Daarnaast zijn we actief op Substack, met 8.000+ volgers. Daar bouwen we een community op basis van eigen content en die van derden, zoals auteurs en andere vakgenoten met een scherpe pen. Door hen aan ons platform te verbinden, winnen beide partijen aan autoriteit en zichtbaarheid. Zo positioneren we onszelf als hét B2B mediaplatform voor C-level, managers en andere professionals op het gebied van AI, tech, marketing, media en digital.

Bij dit alles gebruiken we de metrics die elk platform biedt. We vragen continu feedback op uit de markt en vertrouwen ook op ons onderbuikgevoel. Data kijkt namelijk vooral terug, terwijl de kansen juist in de toekomst liggen.

 


De expert case van HOM6/7: Blog en podcast met Michiel Veenstra (3FM/KinkFM)


 

Michiel Veenstra, foto: BNR/Frank Ebbe.

 

Dj en tv host Michiel Veenstra (1976) was onder andere krantenjongen
bij de Twentsche Courant, schoonmaker, voorlezer van het popnieuws
op Radio Almelo, student journalistiek, journalist, producer, webmaster,
zelfstandig ondernemer en DJ bij Regio FM, Hot FM, 0Twickelstad FM,
Totaal FM, Radio 538, Kink FM en Radio Veronica en sinds 2005 natuurlijk
te horen op 3FM en te zien bij NPO. Dj “Veenstra Veenstra” is toch ook
vooral actief op de sociale media. De unieke mix van traditionele media
gemixt met moderne en (visuele) sociale media maken van hem een
crossmediale storyteller die steeds meer op een visuele manier weet
te boeien en binden. In zijn vlogs geeft hij regelmatig een behind-thescenes
in bijvoorbeeld de 3FM-studio.

Je bent zeer actief op de sociale media en gebruikt kanalen als Snapchat,
YouTube, X, Instagram en Facebook. Welke rol spelen die sociale
media kanalen in je werkzaamheden als dj en tv host?

“Een grote rol. De tijdlijnen op deze platforms zijn onmisbaar voor showprep
(nieuws over de artiesten) en contact met luisteraars voor feedback op de
uitzending. Verder is het dé manier om highlights uit het programma op
een tijdstip buiten de lineaire uitzendtijden onder de aandacht te brengen
en ook verdere verdieping te bieden. Bovendien heb ik socials (ook toen
het nog bloggen heette en er nog geen Twitter was) altijd gebruikt om
mezelf als personality neer te zetten naast de ruimte die ik er op de radio
voor heb – die is niet op elk tijdslot even groot. Kortom, het is een essentiële
tool om een band op te bouwen met mijn publiek tijdens en ook buiten de
uitzending.”

Wat heeft “visual radio” – het gebruik van bijvoorbeeld live cams in de
radiostudio – met de radio dj gedaan?

“Je denkt meer na over zaken. Als je een bit ingaat waarvan je ervan uit
kunt gaan dat je het op socials wil delen na afloop, dan denk je na over
je houding, invalshoek en andere beeldregie-zaken. Wat ik heel belangrijk
en fijn vind: je kunt de wetenschap dat er overal camera’s zijn ook heel
makkelijk ‘uit’ zetten, je voelt je niet aangetast in de heerlijk intieme sfeer
die een radiostudio moet hebben.”

Op jouw YouTube-kanaal kennen je goed bekeken vlogs veelal een kijkje
achter de schermen; op welke manier manier houd je je vlogs boeiend?
Maak je bijvoorbeeld gebruik van bewuste storylines?

“Vaak wel. Ik pak de camera er pas bij als ik weet dat ik een haakje of
storyline heb. De hele dag met een camera rondlopen is niks voor mij. Ik ga
dus inderdaad wel doelbewust op stap.”

Velen twijfelen over het “nut” en positieve effect van vloggen. Vloggen
over je leven zou kunnen betekenen dat je veel kwijt raakt aan privacy
van jezelf en de mensen om je heen. Wat is voor jou de drive – en wellicht
jouw missie – om zo open te zijn over je (professionele) leven?

“Een extra laag bieden aan de radio-uitzending. Privacy-aantasting ben
ik het niet mee eens. Los van m’n werkkamer zie je niks van m’n woning
en al helemaal niet van m’n gezin. Dat is van mij, tot ik en m’n gezin zelf
anderszins besluiten.”

Live video op de sociale media en de YouTube vlogs evalueren steeds
meer naar web tv en YouTube tv kanalen die 24/7 gaan uitzenden (zoals
YouTube Red); vormen de social media live channels een echte bedreiging
voor “traditionele kanalen”, zoals radio en lineaire tv?

“Absoluut, maar ook lineair blijft van toegevoegde eigen waarde. Radio
biedt een ‘live playlist’, die zich aanpast aan het tijdstip van de dag, het
weer en andere zaken die NU zijn en geeft bovendien duiding aan wat je
hoort. Er zijn altijd momenten voor een nonstop playlist op Apple Music of
Spotify, maar er zijn net zo hard momenten waarop lineaire radio lekkerder
is dan nonstop. Voor TV geldt dat – voor mij althans – in mindere mate.
Op grote live-events na (sportwedstrijden, songfestival, the voice) zie ik
echt niet in waarom mensen nog naar een geprogrammeerd live-kanaal
zouden willen kijken. Via NPO Start, Netflix, Youtube en weet ik niet welke
kanalen nog meer is het 100% on demand voor mij. Traditionele live tv is
een volstrekt oninteressant medium voor mij. Bankhangen en zappen is
een relic from the past.”

Jij bent als BN’er op sociale media automatisch een “social influencer”;
hoe bewust ben jij je van die rol en hoe bewaak jij – bijvoorbeeld op

Instagram, Snapchat en YouTube – jouw authenticiteit?

“Door mezelf te zijn. Ik post wat ik zelf vind, zelf belangrijk acht, zelf door
geboeid raak. Als ik iets positiefs over een product roep, is dat omdat ik het
ook echt gebruik en ik er blij van word, niet omdat het mij geld oplevert.”

 

Wat zijn jouw voorbeelden van radio dj’s die van hun radioprogramma
een succesvolle radio (web) tv show maken?

“DJ Domien snapt het heel goed. Ik vond ook wat Mark van der
Molen deed toen hij ‘s nachts op 3FM zat heel goed. Snappy montages van
radiofragmenten, heel sterk gedaan. Ik kon hardop zeggen dat ik dat een
heel goed radioprogramma vond zonder het ooit live gehoord te hebben.”

Tot slot, monitor je wat jouw sociale media doen en welk effect het heeft?

“Zeker; op index.coosto.com/nl/radiodj?sort=all kun je dat goed volgen, ik
kijk elke ochtend naar m’n stand. Het is jammer dat ze de lijst al een tijdje
niet ververst hebben: namen als Eric Corton maken geen radio meer, een
nieuwe naam als Angelique Houtveen ontbreekt. Ik vind het best shocking
om te zien hoe soms echt grote radionamen volgens deze index hun socials
totaal niet op orde lijken te hebben!” 

 

 

#hom9055

 

H1 en H13: Buitenreclame krijgt door AI-search functie: ‘De billboard wordt de eerste AI-prompt’ #OOH #GEO

 

Buitenreclame krijgt door AI-search een nieuwe digitale vervolgfunctie. Waar marketeers jarenlang vooral keken naar bereik, herkenning, branded search en websiteverkeer na een Out of Home-campagne, kan een opvallende billboard tegenwoordig rechtstreeks een vraag aan ChatGPT, Gemini, Perplexity of Google AI Mode uitlokken. Daarmee ontstaat een nieuwe verbinding tussen buitenreclame, customer journey-design en Answer Engine Optimization of Generative Engine Optimization.

 

 

Lees verder →

Hoofdstuk 8: De likeability piramide, social en love brands en meer #likeability_piramide

 

Door gebruikers goed te betrekken bij de ontwikkeling van beleid, kunnen er social brands ontstaan. Social branding is het gebruik van sociale media voor marketingdoeleinden. Deze menselijke, betrokken merken mixen meestal de eigen boodschappen en content met die van klanten waarin de Voice of the customer nadrukkelijk aanwezig is. De link tussen ‘social brands’, ‘content engagement’ en ‘likeability’ is groot. 

 

Why it Pays to Be Likeable - Content Marketing at #INbc13

Zo kan ‘likeability’ worden uitgelegd als ‘gewaardeerde content’. Het is content die wij waarderen en graag doorsturen, liken of waar wij graag op reageren.  Aandacht, verrassing,  interactie, authenticiteit, passie en emotie spelen daarbij een rol. Om de status van ‘likeable-zijn‘ te behalen, spelen diverse kenmerken en de stimuli en eigenschappen van het individu een rol. Door likeable te zijn wordt social media werkelijk sociaal. De interactie en engagement neemt toe en je komt echt in contact met de doelgroep. Likeable (engaging) content wil zeggen dat je interessante content moet delen voor jouw doelgroep. Informatief, van waarde, simpel en amuserend.

Daarbij moet de engaging content gevoelens losmaken en relatiebestendig zijn.

Foto Nike Twitter

Boodschappen met een hoge mate van opwinding (emotie) zorgen voor meer engagement en worden veel meer gedeeld dan zogenoemde ‘lage arousal berichten’. Ook boodschappen met sentiment zorgen voor content engagement.

What Does It Mean to Create Engaging Content?

De zogenoemde likeable social brands zorgen voor:

• Een goed gevoel, zoals bij het oplossen van frustraties en wegnemen van irritaties.
• Inspiratie, zoals de campagnes van sportmerk Nike of het opdoen van extra kennis, zoals met whitepapers en onderzoeken.
• Fun, zoals Lego doet met een platform vol grappige video’s.

Afzenders van social brands zijn eerdere likeable en creëren eenvoudiger engaging content. Zo maken zij de business tot een ‘social business’ met een hoge mate van ‘likeability’.

 

Likeability trekt niet alleen onze aandacht trekt, maar ook weet het ook  vast te houden. Het heeft een positief effect heeft op de opslag van social brand informatie. Door de diepere verwerking van likeability en engaging content, is de kans groter dat de uitingen in ons lange-termijngeheugen worden opgeslagen.

Coolblue verjaardagsfeest 20 jaar - YouTube

 

Love brands zijn merken waarmee mensen een sterke emotionele band voelen. Die verbondenheid ontstaat bijvoorbeeld door herkenning, vertrouwen, gedeelde waarden of fijne herinneringen.

Voorbeelden zijn:
• LEGO: roept jeugdherinneringen op en verbindt generaties door creativiteit.
• Apple: spreekt liefhebbers aan door design, gebruikservaring en merkidentiteit.
• Disney: bouwt emotionele banden op met verhalen, personages en belevenissen.

Social brands bouwen relaties op door te luisteren, interactie te stimuleren en klanten actief te betrekken. Sociale media ondersteunen dit, maar ook samenwerking en co-creatie spelen een rol.

Voorbeelden zijn:
• LEGO: betrekt fans via LEGO Ideas bij ideeën voor nieuwe bouwsets.
• GoPro: geeft gebruikers een podium door hun foto’s en video’s te delen.
• Nike: verbindt sporters via communities, uitdagingen en gedeelde sportervaringen.

Een merk kan beide zijn: een love brand wordt geliefd, terwijl een social brand actief de verbinding met zijn publiek organiseert.

De Likeability-piramide

De piramide kan helpen content ‘engaging’ te maken als ook de afzenders en de organisatie likeable te maken.

De authentieke organisatie en haar klanten werken samen volgens de Likeability Piramide. Dit doen zij bijvoorbeeld via co-creatie, aan eenvoudige, verrassende boodschappen. De piramide laat zien hoe een organisatie sympathie en betrokkenheid opbouwt. De basis bestaat uit luisteren (listening), verhalen vertellen (storytelling), passie (passion) en samenwerken (team playing). Daarop volgen verrassen en blij maken (surprise & delight), adequaat reageren (responsiveness) en eenvoud (simplicity). Authenticiteit en transparantie (authenticity & transparency), aanpassingsvermogen (adaptability) en dankbaarheid (gratefulness) versterken deze basis. Samen maken deze eigenschappen een organisatie tot een likeable business: een organisatie waarmee mensen zich graag verbinden. De link met een social of love brand is sterk.

 

 

De 7 beste inhakers op Prinsjesdag - Verse Reclame | Condooms, Creativiteit, Sociale media

 

 

Dit opgeteld levert een mate van likeability en likeable business op.

 

 

 


8803

HOM9035, #HOM9035

 

Hoofdstuk 8: Snackish contentcreatie met AI en prompts (en AI slop)

Snackcontent is een effectief contentformat en brengt een boodschap kort, prikkelend en begrijpelijk over via afbeeldingen, animaties of video’s. Deelbare content kan awareness en thought leadership versterken. Een onderbouwde methode en scanbare presentatie ondersteunen de geloofwaardigheid en vat bevindingen samen in korte, deelbare berichten met bronvermelding of bijvoorbeeld infographics of reels. Generatieve AI helpt bij het bedenken, maken en aanpassen van deze content aan verschillende doelgroepen en kanalen.

Controleer daarbij de juistheid, originaliteit en tone-of-voice. In 2026 is er wel veel weerstand tegen contentcreaties ontstaan die 100% met AI zijn geproduceerd. Deze content wordt AI-slop genoemd en wordt steeds vaker uit de tijdlijn van mediakanalen gefilterd. Ook hebben posts met AI-content sinds de zomer van 2026 een zogenoemd label nodig.

Vervang de tekst tussen vierkante haken door je eigen informatie. Voeg waar nodig bronmateriaal, klantgegevens of een huisstijlvoorbeeld toe.

De inhaker

“Maak voor [merk] een originele inhaker op [gebeurtenis] voor [doelgroep] op [kanaal]. Verbind de gebeurtenis met [merkwaarde of product] en gebruik een herkenbare knipoog. Bedenk drie concepten en werk het sterkste uit als afbeelding met maximaal acht woorden in beeld en een bijschrift van maximaal veertig woorden. Gebruik [huisstijl] en vermijd geforceerde verkooppraatjes.”

 De meme

“Maak een meme over [herkenbare situatie] voor [doelgroep]. Gebruik de bijgevoegde afbeelding of creëer een originele scène. Schrijf maximaal twee korte tekstregels die samen een verrassende, grappige tegenstelling vormen. Houd de tekst leesbaar op een smartphone en sluit aan bij [tone-of-voice]. Lever de afbeelding met een kort bijschrift.”

 De how-to

“Maak een praktische how-to waarmee [doelgroep] zelfstandig [taak] kan uitvoeren. Gebruik [broninformatie] en beperk de uitleg tot vijf concrete stappen. Werk deze uit als een videoscript van maximaal dertig seconden, met per scène de handeling, het beeld, de gesproken tekst en de ondertiteling. Begin met het probleem en eindig met het resultaat. Vermijd jargon en controleer of de stappen uitvoerbaar zijn.”

 

Overzichten of toplijsten

“Maak een scanbare lijst met vijf [tips, oplossingen of veelgestelde vragen] over [onderwerp] voor [doelgroep]. Gebruik [bronmateriaal]. Geef ieder onderdeel een korte titel, maximaal twintig woorden uitleg en een concrete toepassing. Orden op [criterium] en vermijd onbewezen claims zoals ‘de beste’. Lever publiceerbare tekst voor een carrousel met een openingsslide, vijf inhoudelijke slides en een afsluitende vraag.”

Interviews, tips, dansjes en vlogs in een Reel

“Maak een verticaal videoscript van dertig seconden over [onderwerp] voor [doelgroep]. Kies als vorm [interview, tips, dansje of vlog]. Open met een sterke eerste zin of beweging, werk één boodschap uit en eindig met een passende oproep. Beschrijf per scène de duur, beelden, gesproken tekst, ondertiteling en montage. Gebruik [tone-of-voice] en verzin geen uitspraken van echte personen. Baseer interviewfragmenten uitsluitend op [transcript].”

 Case(studie)s

“Schrijf op basis van [casemateriaal] een compacte praktijkcase van maximaal tweehonderd woorden voor [doelgroep]. Beschrijf de beginsituatie, het doel, de aanpak, het resultaat en de belangrijkste les. Gebruik uitsluitend aangeleverde feiten en cijfers. Onderscheid gemeten resultaten van verwachtingen en benoem relevante beperkingen. Verzin geen klantquotes of oorzakelijke verbanden. Sluit af met één toepasbare tip.”

Infographics

“Maak een overzichtelijke infographic over [onderwerp] voor [doelgroep], gebaseerd op [bronmateriaal]. Gebruik één hoofdboodschap, maximaal vijf onderdelen en hoogstens honderd woorden. Pas [huisstijl] toe met duidelijke typografie, voldoende witruimte en eenvoudige pictogrammen. Neem cijfers exact over, vermeld eenheden en plaats bronnen en datums onderaan. Gebruik grafieken alleen als de gegevens daarvoor geschikt zijn. Lever de infographic met een korte begeleidende tekst.”

 

Labels

Er zijn drie verschillende labels: 

 

In de Europese Unie is de regelgeving rondom kunstmatige intelligentie vastgelegd in de EU AI Act. Binnen deze wetgeving spelen transparantie en etikettering (labeling) een cruciale rol om misleiding, desinformatie en manipulatie tegen te gaan.

Artikel 50 van de AI Act maakt een helder onderscheid tussen drie hoofdvormen van AI-labels en -transparantieverplichtingen. Hieronder worden de drie soorten AI-labels in de EU stapsgewijs uitgelegd:

1. Zichtbare labels voor gebruikers (Mens-AI-interactie)

Wat houdt het in?

Wanneer een gebruiker direct communiceert met een AI-systeem, moet dit vanaf het eerste moment duidelijk en zichtbaar vermeld worden. Het doel is dat consumenten of burgers altijd weten dat ze met een computerprogramma praten of schrijven en niet met een mens.

Kenmerken & Toepassing:

  • Verantwoordelijke: De aanbieder (provider) van de dienst.

  • Vorm: Zichtbare tekst, een icoon of een gesproken melding bij aanvang van de interactie.

  • Uitzondering: Als het voor een gemiddelde gebruiker overduidelijk is dat het om AI gaat, vervalt de verplichting.

  • Voorbeeld: Een tekstvak of melding op een webshop die start met: “Je chat momenteel met onze virtuele AI-assistent.”

2. Watermerken en metadata (Machinaal leesbare labels)

Wat houdt het in?

Generatieve AI-systemen die afbeeldingen, audio, video of tekst produceren (synthetische media), moeten hun uitvoer voorzien van een oncoDirecte/machinaal leesbare markering. Dit label is primair niet bedoeld voor het menselijk oog, maar voor computers en software om AI-gegenereerde content op te sporen.

Kenmerken & Toepassing:

  • Verantwoordelijke: De ontwikkelaars/aanbieders van generatieve AI-modellen (zoals OpenAI, Midjourney of Google).

  • Vorm: Onzichtbare digitale watermerken, cryptografische handtekeningen of metadata die verankerd zitten in het bestand.

  • Doel: Zorgen dat platforms, zoekmachines en detectietools de herkomst (provenance) van media kunnen verifiëren.

  • Voorbeeld: Een afbeelding die gegenereerd is via DALL-E bevat onzichtbare code-metadata die door socialmediaplatforms automatisch wordt herkend om er een AI-badge op te plakken.

3. Disclaimers bij Deepfakes en Maatschappelijke Content (Publieke labels)

Wat houdt het in?

Deze categorie richt zich op organisaties of personen die AI-content openbaar maken. Zodra er sprake is van deepfakes (content die bestaande of realistisch ogende personen, locaties of gebeurtenissen nabootst) of van AI-gegenereerde teksten die het publiek informeren over zaken van maatschappelijk belang, geldt een expliciete publicatieverplichting.

Kenmerken & Toepassing:

  • Verantwoordelijke: De verspreider of uitgever (deployer) van de content (bijv. nieuwsorganisaties, bedrijven, influencers).

  • Vorm: Een duidelijke tekstuele of audiogebonden waarschuwing die direct zichtbaar of hoorbaar is bij het bekijken/beluisteren.

  • Uitzonderingen:

    • Satire, kunst of fictie (hierbij mag het label subtieler worden toegepast om het genot niet te verstoren).

    • Teksten die grondige menselijke/redactionele controle hebben ondergaan.

  • Voorbeeld: Een video op een nieuwssite waarin het gezicht van een politicus via AI is aangepast, moet een duidelijke banner bevatten met de tekst: “Deze video bevat kunstmatig gegenereerd beeldmateriaal (deepfake).”

 

AI slop

AI slop is de verzamelnaam voor massaal geproduceerde, vaak oppervlakkige AI-content: plaatjes, video’s, artikelen, reacties, muziek of zelfs code die er op het eerste gezicht prima uitziet, maar weinig echte waarde, originaliteit of controle bevat. Slop betekent letterlijk ongeveer knoeiwerk of voerprut; de term is dus bewust denigrerend.

Het gaat niet simpelweg om content die met AI is gemaakt. Een goed geredigeerd artikel waarvoor AI hielp met structuur of research is geen slop. Het wordt slop wanneer snelheid, volume en bereik belangrijker worden dan inhoud, broncontrole en menselijke aandacht. Denk aan eindeloze Facebook-afbeeldingen met onwaarschijnlijke dieren, AI-video’s met rare fouten voor kinderen, SEO-artikelen zonder expertise of reacties die wel soepel klinken maar niets toevoegen.

De weerstand ertegen groeit om een paar duidelijke redenen. Ten eerste vervuilt het de informatieomgeving: relevante, menselijke en betrouwbare content wordt moeilijker vindbaar tussen de goedkope productiestroom. Dat is vergelijkbaar met spam, maar dan overtuigender vormgegeven. Google benadrukt daarom dat content in de eerste plaats nuttig moet zijn voor mensen, niet bedoeld om rankings te manipuleren. developers.google.com

Ten tweede raakt AI slop aan vertrouwen. Als beelden, stemmen en teksten steeds moeilijker van echt te onderscheiden zijn, gaan mensen twijfelen aan alles — ook aan authentieke journalistiek, fotografie en expertise. Transparantie via labels en herkomstinformatie kan helpen, maar werkt alleen als platforms die informatie zichtbaar en consequent toepassen. De Content Authenticity Initiative zet daarvoor in op open standaarden zoals C2PA Content Credentials. contentauthenticity.org

Ook speelt weerstand tegen de economische logica erachter mee: één maker kan met een paar prompts honderden posts, pagina’s of video’s maken en zo aandacht, advertentie-inkomsten of zoekverkeer wegtrekken bij makers die wél tijd steken in onderzoek, beeld, vakmanschap en redactie. De productiewinst van de één verschuift de controlelast naar de ander: redacteuren, moderators, docenten, programmeurs en publiek moeten uitzoeken wat betrouwbaar is.

Tegelijk is “AI slop” geen objectief etiket. Het woord wordt soms te snel gebruikt als scheldwoord voor alles wat een beetje glad, generiek of AI-achtig klinkt — ook wanneer iemand gewoon zelf schrijft. Onderzoek laat zien dat zulke beschuldigingen vaak vooral gaan over een gevoel van onechtheid en sociale afbakening, niet over een betrouwbare vaststelling dat AI is gebruikt. arxiv.org

De kern van de weerstand is dus niet: AI mag geen content maken. De weerstand is: maak geen eindeloze, oncontroleerbare contentstroom die menselijk werk, aandacht en vertrouwen goedkoper maakt. Goede AI-toepassing vraagt daarom om een menselijke eindredacteur, broncontrole, een duidelijk doel en de bereidheid om niets te publiceren als het niets toevoegt.

HOM9037, #HOM9037

Hoofdstuk 16: Een STOMP opstellen; AI prompts als hulp

Een sterk strategisch online marketingplan ontstaat niet door modellen alleen in te vullen. De stappen hieronder helpen je om informatie te verzamelen, keuzes te onderbouwen en steeds terug te koppelen naar het marketing- of organisatiedoel. Gebruik de prompts achtereenvolgens. Vervang de tekst tussen blokhaken door informatie over je eigen organisatie en voeg waar mogelijk onderzoeksgegevens, bestaande plannen en relevante cases toe.  Hier is een reeks van 10 opeenvolgende AI-prompts, gebaseerd op de 10 stappen uit het Strategisch Online Marketing Plan (STOMP) uit je afbeeldingen.

Door deze prompts één voor één in te voeren (waarbij je de tekst tussen de haakjes [...] invult met jouw specifieke bedrijfsinformatie), fungeert de AI als je strategische partner om een compleet en gestructureerd online marketingplan op te bouwen.
Introductie voor je AI-assistent (Kopieer dit samen met Prompt 1):
“We gaan stap voor stap een Strategisch Online Marketing Plan (STOMP) opstellen voor mijn bedrijf. Ik zal je door 10 specifieke stappen leiden op basis van een beproefde methodologie. Wacht na elke prompt met het genereren van de volgende stap tot ik je de bijbehorende instructie geef. Werk de antwoorden professioneel en overzichtelijk uit.”

De STOMP-Prompts

Stap 1: Aanwezige strategie en marktsituatie
Prompt 1: “Laten we beginnen met Stap 1: de huidige marktsituatie en de brede strategie. Mijn bedrijf is [Bedrijfsnaam] en we zijn actief in de [Branche]. We verkopen [Product/Dienst]. Analyseer onze positie door een beknopt ‘Marktplaats-model’ in te vullen voor onze online situatie, en maak een globale schets van de marktdynamiek met behulp van het Vijfkrachtenmodel van Porter. Houd het praktisch en gericht op de fundamenten van onze huidige marketing- en communicatiestrategie.”
Stap 2: Visie, missie en kernwaarden
Prompt 2: “Voor Stap 2 duiken we in het DNA van de organisatie. Onze kernwaarden zijn [Kernwaarde 1, 2 en 3]. Onze missie is [Korte missie]. Gebruik de elementen Identiteit, Focus en Visie om onze purpose te beschrijven. Koppel dit vervolgens aan een ‘Business Model Canvas’, maar richt je daarbij uitsluitend op de online aspecten en zorg dat onze kernwaarden hierin duidelijk naar voren komen.”
Stap 3: Interne en externe analyse
Prompt 3: “Voor Stap 3 maken we de vertaalslag naar de online omgeving. Genereer een gerichte SWOT-analyse (Sterktes, Zwaktes, Kansen, Bedreigingen) specifiek voor onze online aanwezigheid. Combineer deze factoren vervolgens in een confrontatiematrix om 3 tot 4 strategische hoofdrichtingen te bepalen waarop we ons online marketingbeleid moeten baseren.”
Stap 4: Doelgroep en Persona
Prompt 4: “In Stap 4 bepalen we op wie we ons gaan richten. Onze ideale klant is [korte beschrijving doelgroep]. Werk één gedetailleerde, realistische ‘Buyer Persona’ uit. Geef de persona een naam, demografische gegevens, een levensspreuk, bronnen van inkomsten, hobby’s/interesses, en benoem specifiek waar deze persona een hekel aan heeft (pijnpunten). Format dit overzichtelijk alsof het een visueel profiel is.”
Stap 5: Doelstellingen
Prompt 5: “In Stap 5 gaan we over op de doelen voor het komende jaar. Formuleer op basis van de eerdere SWOT en strategische richtingen 3 concrete SMART-doelstellingen (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) voor onze online marketing. Denk aan doelen gerelateerd aan merkbekendheid, leadgeneratie en online omzet. Koppel aan elke doelstelling een overkoepelende KPI.”
Stap 6: Customer Journey (Klantreis)
Prompt 6: “Voor Stap 6 brengen we de optimale klantreis (customer journey) in kaart voor de persona die we in Stap 4 hebben gemaakt. Beschrijf de reis in fases (bijv. Bewustwording, Overweging, Aankoop, Loyaliteit). Benoem per fase de belangrijkste (online) touchpoints, mogelijke knelpunten in de huidige situatie, en bedenk per fase één specifieke actie of ‘customer delight’ moment om de doelen uit Stap 5 te bereiken.”
Stap 7: De tactische online marketingmix
Prompt 7: “Nu Stap 7: de tactische invulling. Welke middelenmix gaan we inzetten? Stel een online marketingmix samen op basis van de voorgaande stappen. Adviseer specifiek over de inzet van:
  1. Zoekmachinemarketing (SEO/SEA)
  2. Contentmarketing (geef 2 concrete contentideeën)
  3. Social media marketing (gebruik de uitgangspunten van ‘Boeien & Binden’ – welk platform past en waarom?)
  4. E-mailmarketing.
    Zorg dat de mix direct bijdraagt aan de SMART-doelen.”
Stap 8: KPI’s per middel en conversie
Prompt 8: “In Stap 8 maken we de mix meetbaar. Koppel het ‘REAN-model’ (Reach, Engage, Activate, Nurture) aan de middelen die we in Stap 7 hebben gekozen. Bepaal per fase en per middel de specifieke tactische KPI’s (bijv. CTR, bounce rate, conversiepercentage). Identificeer daarnaast 2 mogelijke ‘quick wins’ op het gebied van conversie-optimalisatie voor onze website.”
Stap 9: Budget en business case
Prompt 9: “Voor Stap 9 kijken we naar de financiële kant. We gebruiken hiervoor het 5R-model als toetsingskader: Retentie, Rich, Relevantie, Reactie & Rendement. Schrijf een korte ‘business case’ paragraaf waarin je beargumenteert hoe de verwachte opbrengsten van de voorgestelde mix uit Stap 7 opwegen tegen de (geschatte) kosten, uren en overhead. Maak het aannemelijk dat we rendement (ROI) gaan behalen.”
Stap 10: Planning en organisatie
Prompt 10: “Tot slot, Stap 10. Vertaal dit hele STOMP-plan naar een actiegerichte planning in de tijd (bijv. een globaal schema voor de eerste 3 maanden). Geef per kanaal of actiepunt aan welke deeltaken er zijn en wie daar normaliter verantwoordelijk voor zou moeten zijn (bijv. Content Marketeer, SEO-specialist, Webdeveloper). Rond af met een korte, inspirerende samenvatting van het hele plan.”
Bonus prompts:

Een sterk strategisch online marketingplan ontstaat niet door modellen alleen in te vullen. De stappen hieronder helpen je om informatie te verzamelen, keuzes te onderbouwen en steeds terug te koppelen naar het marketing- of organisatiedoel. Gebruik de prompts achtereenvolgens. Vervang de tekst tussen blokhaken door informatie over je eigen organisatie en voeg waar mogelijk onderzoeksgegevens, bestaande plannen en relevante cases toe.

Laat AI ontbrekende informatie eerst als vraag benoemen. Controleer de uitkomsten op juistheid, actualiteit, relevantie en haalbaarheid. Gebruik de leerprompts en modellen uit het boek als aanvulling en laat cases je inspireren, zonder ze zonder toetsing over te nemen.

Stap 1 — Bestaande strategieën en marktsituatie

Begin met een korte introductie van de organisatie, het merk en het product of de dienst waarvoor je het plan maakt. Breng daarna in kaart welke strategieën en plannen al bestaan. Zo sluit het online marketingplan aan op de bredere koers van de organisatie.

De prompt vraagt om een inventarisatie van bestaande plannen en een eerste toepassing van het Marktplaats-model en het Vijfkrachtenmodel. De uitkomsten zijn een vertrekpunt voor verder onderzoek; controleer ze met actuele marktgegevens.

Ik maak een strategisch online marketingplan voor [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik de volgende informatie en bronnen:
[voeg hier de organisatiebeschrijving, bestaande plannen, onderzoeksgegevens en links toe]

1. Schrijf een korte introductie van de organisatie, het merk en het product of de dienst.
2. Inventariseer welke ondernemings-, marketing-, communicatie-, online marketing-, content-, zoekmachine-, e-mail- en webstrategieën al bestaan. Vermeld per strategie wat bekend is en welke informatie ontbreekt.
3. Leg uit hoe de bestaande strategieën op elkaar aansluiten en waar mogelijke tegenstrijdigheden of hiaten zitten.
4. Pas het Marktplaats-model globaal toe op de online marktsituatie van [organisatie/product]. Beschrijf de belangrijkste marktpartijen, klanten, aanbieders en digitale ontwikkelingen.
5. Pas het Vijfkrachtenmodel van Porter globaal toe. Benoem per kracht de aanwijzingen, aannames en nog te onderzoeken punten.
6. Sluit af met de belangrijkste strategische vragen die in de volgende stappen moeten worden beantwoord.

Verzin geen feiten. Maak onderscheid tussen aangeleverde informatie, aannames en ontbrekende gegevens. Koppel iedere conclusie waar mogelijk aan een bron.

Stap 2 — Visie, missie, DNA en kernwaarden

Een plan werkt beter wanneer het past bij de identiteit van de organisatie. Onderzoek daarom de missie, visie, purpose en kernwaarden en kijk hoe die zichtbaar worden in het gedrag, de structuur en de keuzes van de organisatie.

De prompt gebruikt het 7S-model, de I-dentiteit, Focus en Visie, en het Business Canvas Model. De analyse helpt om strategische ambities te verbinden met de bestaande organisatie.

Analyseer de identiteit en organisatiewaarden van [organisatie] op basis van deze informatie:
[voeg missie, visie, purpose, kernwaarden, interne documenten, interviews of website-informatie toe]

1. Vat de missie, visie, purpose, het DNA en de kernwaarden samen. Geef aan welke onderdelen expliciet zijn vastgelegd en welke je afleidt uit de bronnen.
2. Gebruik het 7S-model om de managementstijl en organisatie in kaart te brengen: Strategy, Structure, Systems, Shared Values, Skills, Style en Staff.
3. Beschrijf per onderdeel wat de informatie laat zien en welke vragen nog openstaan.
4. Breng de I-dentiteit, Focus en Visie van de organisatie in kaart. Leg uit hoe deze onderdelen samen het DNA van de organisatie vormen.
5. Werk een Business Model Canvas uit met een online focus. Verbind de kernwaarden met de klantsegmenten, waardepropositie, kanalen, klantrelaties, inkomsten en belangrijkste activiteiten en middelen.
6. Benoem waar de identiteit en de huidige online aanpak goed op elkaar aansluiten en waar verbetering nodig kan zijn.

Gebruik geen algemene waarden als bewijs zonder bron. Houd observaties, interpretaties en aannames uit elkaar.

Stap 3 — Online analyse, SWOT en strategische richting

Breng de interne en externe online omgeving in beeld voordat je keuzes maakt. Denk aan de eigen website, data, concurrenten, klantgedrag, technologie en ontwikkelingen in de markt.

De prompt helpt om inzichten te ordenen in een SWOT en confrontatiematrix. Ook vraagt deze om te beoordelen of klantdata geschikt is voor analyses, waaronder AI-analyses.

Voer een brede online interne en externe analyse uit voor [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik deze informatie en bronnen:
[voeg websitegegevens, klantdata, campagnegegevens, concurrenten, marktrapporten en andere bronnen toe]

1. Analyseer de interne online situatie: website en app, content, kanalen, processen, technologie, beschikbare expertise en resultaten.
2. Analyseer de externe online omgeving: doelgroepgedrag, concurrenten, marktontwikkelingen, platformen, technologie en relevante wet- en regelgeving.
3. Maak een SWOT met onderbouwde sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen.
4. Werk een confrontatiematrix uit. Geef per combinatie aan welke strategische opties ontstaan en welke opties het meest kansrijk lijken.
5. Beoordeel de beschikbare klantdata op volledigheid, betrouwbaarheid, actualiteit, representativiteit, toestemming en bruikbaarheid voor analyse of AI-toepassingen.
6. Benoem welke data of bronnen ontbreken en hoe die verantwoord verzameld of gecontroleerd kunnen worden.
7. Formuleer een voorlopige strategische richting die past bij de organisatiedoelen.

Vermeld per belangrijk inzicht de bron of de onderliggende aanname. Presenteer voorlopige conclusies niet als bewezen feiten.

Stap 4 — Persona

Een persona maakt concreet op wie het plan zich richt. Baseer deze op onderzoek, klantdata en gesprekken. Een persona die alleen op aannames steunt, kan leiden tot verkeerde keuzes in boodschap, kanaal en klantreis.

De prompt vraagt om een onderbouwde persona en maakt zichtbaar welke informatie nog moet worden onderzocht.

Ontwikkel een persona voor [organisatie, merk, product of dienst] op basis van:
[voeg klantonderzoek, interviews, data, reviews, enquêtes en andere relevante bronnen toe]

1. Beschrijf de belangrijkste doelgroep en de context waarin deze persoon het product of de dienst nodig heeft.
2. Werk een persona uit met relevante kenmerken, doelen, behoeften, motivaties, twijfels, gedrag en mediagebruik.
3. Beschrijf de belangrijkste problemen of taken waarvoor de persona een oplossing zoekt.
4. Benoem mogelijke drempels bij oriëntatie, aankoop, gebruik en herhaalaankoop.
5. Geef aan welke informatie en content de persona per fase van de klantreis nodig heeft.
6. Onderbouw ieder kenmerk met de aangeleverde bronnen. Markeer aannames duidelijk.
7. Benoem welke vragen je aan echte klanten moet stellen om de persona te valideren.

Maak geen stereotiepe of verzonnen persona. Als er onvoldoende bewijs is, geef dan aan welke gegevens ontbreken.

Stap 5 — Doelen en KPI’s

Formuleer doelen die aansluiten op de gekozen strategie. SMART-doelen maken duidelijk wat er moet veranderen, voor wie, binnen welke termijn en hoe je voortgang beoordeelt.

De prompt helpt om brede ambities om te zetten in meetbare doelstellingen en bijpassende KPI’s. Controleer of de benodigde nulmeting en databron beschikbaar zijn.

Formuleer online marketingdoelen voor [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik de volgende informatie:
[voeg strategische richting, organisatiedoelen, nulmetingen, looptijd en beschikbare data toe]

1. Vertaal de strategische richting naar maximaal [aantal] concrete online marketingdoelen.
2. Formuleer elk doel SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
3. Geef per doel aan op welke doelgroep, klantreisfase en organisatieprioriteit het betrekking heeft.
4. Koppel aan elk doel één of meer KPI’s. Beschrijf hoe de KPI wordt berekend, wat de nulmeting is en welke databron nodig is.
5. Maak onderscheid tussen resultaat-KPI’s en ondersteunende indicatoren.
6. Benoem afhankelijkheden, risico’s en aannames die het behalen van de doelen kunnen beïnvloeden.
7. Geef aan welke doelen niet meetbaar zijn met de huidige gegevens en wat nodig is om dat te verbeteren.

Verzin geen nulmetingen of streefwaarden. Als informatie ontbreekt, stel eerst gerichte vragen of geef aan welke waarde voorlopig moet worden ingevuld.

Stap 6 — Klantreis en touchpoints

De klantreis laat zien wat een doelgroep nodig heeft en welke contactmomenten daarbij passen. Onderzoek waar klanten afhaken of juist positief verrast worden. Stel daarna de gewenste klantreis op in relatie tot de doelen.

De prompt brengt zowel de huidige als de beoogde klantreis in kaart en vraagt om acties per fase.

Breng de huidige en beoogde klantreis in kaart voor [persona] bij [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik deze informatie:
[voeg klantonderzoek, data, klantfeedback, bestaande touchpoints en doelen toe]

1. Beschrijf de klantreis in passende fasen, van eerste behoefte of kennismaking tot aankoop, gebruik, service en loyaliteit.
2. Noteer per fase de doelen, vragen, behoeften, emoties en mogelijke drempels van de persona.
3. Breng de bestaande touchpoints per fase in kaart. Geef aan welke kanalen en onderdelen van de organisatie erbij betrokken zijn.
4. Benoem knelpunten en momenten waarop de klant extra geholpen of positief verrast kan worden.
5. Beschrijf de huidige klantreis op basis van bewijs en markeer aannames.
6. Ontwerp vervolgens de gewenste klantreis. Geef per fase aan wat de organisatie doet, welke content of service nodig is en welk touchpoint daarbij past.
7. Koppel de voorgestelde verbeteringen aan de SMART-doelen en relevante meetpunten.

Vul geen klantgedrag in zonder bewijs. Geef aan welke klantinterviews, analyses of tests nodig zijn om de klantreis te toetsen.

Stap 7 — Tactische online marketingmix

Vertaal de strategische richting naar een samenhangende mix van online middelen. Kies middelen op basis van de doelgroep, klantreis en doelen. Neem de website en app mee als vaste onderdelen en onderzoek welke andere middelen bijdragen.

De prompt gebruikt onder meer de 10 C’s en 4 C’s en helpt om kanalen, formats en activiteiten met elkaar te verbinden. Pas de onderdelen aan op wat voor de organisatie relevant is.

Werk een tactische online marketingmix uit voor [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik deze informatie:
[voeg strategische richting, SMART-doelen, persona, klantreis, bestaande middelen en budgetkaders toe]

1. Beschrijf hoe de 10 C’s en de 4 C’s kunnen helpen om de online marketingmix voor deze situatie uit te werken.
2. Stel een samenhangende mix van middelen voor. Verbind elk middel met een doelgroep, klantreisfase en SMART-doel.
3. Neem de website en eventuele app mee. Gebruik het ICT-model om de rol, inhoud, functionaliteit en techniek aan de doelen te koppelen.
4. Beoordeel waar contentmarketing, e-mailmarketing, zoekmachinemarketing en GEO kunnen bijdragen. Beschrijf per middel het doel en de gewenste aanpak.
5. Beoordeel de rol van socialemediamarketing en gebruik het B-model (Boeien & Binden) om content en interactie uit te werken.
6. Onderzoek of online advertising, affiliates, virale marketing of een microsite passend zijn.
7. Beoordeel waar mobile, AI, mixed reality, online video advertising, een vodcast of podcast waarde kunnen toevoegen.
8. Geef per gekozen middel aan welke contentformats, kanalen, benodigde capaciteit en afhankelijkheden nodig zijn.
9. Stel een eerste contentkalender op voor [periode], met onderwerp, format, kanaal, doelgroep en doel per publicatie.

Neem alleen middelen op die passen bij de strategie en doelen. Leg uit waarom middelen niet worden geadviseerd als ze niet aansluiten of als bewijs ontbreekt.

Stap 8 — KPI’s per middel en optimalisatie

Een middel is pas goed te beoordelen als duidelijk is wat het moet opleveren. Koppel daarom aan ieder onderdeel van de mix een meetbare KPI. Zoek ook naar kleine verbeteringen die op korte termijn effect kunnen hebben.

De prompt maakt de relatie zichtbaar tussen doel, middel, KPI en meetmethode en vraagt om mogelijke quick wins voor conversie-optimalisatie.

Koppel KPI’s en meetmethoden aan de online marketingmix voor [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik deze informatie:
[voeg de gekozen middelen, SMART-doelen, nulmetingen en beschikbare meettools toe]

1. Maak een overzicht van ieder gekozen middel en het doel waarvoor het wordt ingezet.
2. Koppel per middel een primaire KPI en eventuele ondersteunende indicatoren.
3. Beschrijf per KPI de definitie, berekening, databron, meetfrequentie en verantwoordelijke rol.
4. Geef aan hoe de KPI bijdraagt aan een SMART-doel en welke beperkingen de meting heeft.
5. Signaleer mogelijke quick wins voor conversie-optimalisatie op de website, app of campagnepagina.
6. Stel voor iedere quick win een hypothese, testmethode en succescriterium op.
7. Geef aan welke metingen eerst gecontroleerd of ingericht moeten worden voordat conclusies mogelijk zijn.

Verzin geen resultaten of benchmarks. Gebruik benchmarks alleen als een betrouwbare, relevante bron is meegeleverd en vermeld die bron.

Stap 9 — Budget en businesscase

Maak zichtbaar welke middelen en mensen nodig zijn om het plan uit te voeren. Neem naast mediakosten ook uren, software, externe specialisten, overleg en projectmanagement mee. Werk met scenario’s wanneer kosten of opbrengsten onzeker zijn.

De prompt vraagt om transparante aannames, zodat managers de financiële haalbaarheid kunnen beoordelen.

Maak een begroting en businesscase voor het online marketingplan van [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik deze informatie:
[voeg gekozen activiteiten, offertes, uurtarieven, interne uren, softwarekosten, verwachte opbrengsten en financiële kaders toe]

1. Maak een overzicht van eenmalige en terugkerende kosten per activiteit of middel.
2. Neem mediabudget, productie, software, externe specialisten, interne uren, overleg, administratie en projectmanagement mee.
3. Beschrijf per kostenpost de bron, berekening en aannames. Geef aan waar een offerte of nadere raming nodig is.
4. Werk waar nodig een laag, verwacht en hoog scenario uit.
5. Zet de verwachte kosten af tegen mogelijke opbrengsten of andere meetbare baten.
6. Bereken, als de gegevens dat toelaten, relevante financiële uitkomsten zoals omzetbijdrage, kosten per conversie en terugverdientijd.
7. Benoem onzekerheden, risico’s en voorwaarden voor financiële haalbaarheid.
8. Sluit af met de belangrijkste financiële beslispunten voor managers.

Verzin geen tarieven, conversies of opbrengsten. Geef formules en invulvelden wanneer betrouwbare cijfers ontbreken.

Stap 10 — Planning, verantwoordelijkheden en evaluatie

Een plan wordt uitvoerbaar met duidelijke activiteiten, deadlines en verantwoordelijkheden. Plan ook vaste evaluatiemomenten, zodat de organisatie resultaten kan volgen en bijsturen wanneer omstandigheden veranderen.

De prompt zet de activiteiten om in een tijdsplanning en koppelt monitoring aan passende databronnen, zoals webanalyse, Search Console en socialemediadashboards.

Maak een uitvoeringsplanning en evaluatieaanpak voor het online marketingplan van [organisatie, merk, product of dienst].

Gebruik deze informatie:
[voeg activiteiten, gewenste startdatum, looptijd, teamleden of rollen, afhankelijkheden en KPI’s toe]

1. Zet de activiteiten in een tijdsplanning met startmomenten, deadlines en tussentijdse mijlpalen.
2. Beschrijf welke activiteiten van elkaar afhankelijk zijn en welke voorbereiding nodig is.
3. Verdeel de deeltaken en wijs per taak een verantwoordelijke rol en betrokken rollen toe.
4. Plan voortgangsmomenten om de voortgang, risico’s en knelpunten te bespreken.
5. Maak een evaluatiekalender met meetmomenten voor de gekozen KPI’s.
6. Koppel KPI’s aan passende meetbronnen, zoals Google Analytics, Google Search Console, advertentieplatformen en socialemediadashboards, voor zover die beschikbaar zijn.
7. Beschrijf wanneer en op basis van welke signalen het team de aanpak moet bijstellen.
8. Vat de eerste acties samen die nodig zijn om het plan te starten.

Gebruik echte beschikbaarheidsinformatie als die is aangeleverd. Als data, eigenaarschap of deadlines ontbreken, markeer die als open punt.

Na stap 10 kun je de uitkomsten samenvoegen tot een managementsamenvatting met de analyse, strategische richting, doelen, middelenmix, creatieve voorstellen, budget en planning. Laat die samenvatting controleren door betrokkenen binnen de organisatie of het bureau en toets de haalbaarheid voordat het plan wordt uitgevoerd.

–
hom9056,
#hom9056

Hoofdstuk 1: De varianten van moderne marketing (gelinkt aan online marketing)

Online marketing vormt in dit model het verbindende middelpunt van verschillende marketingbenaderingen. Permissiemarketing, relatiemarketing, eventmarketing, een-op-eenmarketing, traditionele marketing en direct marketing vullen elkaar aan. Via websites, apps, e-mail en sociale media komen bereik, interactie, persoonlijke dienstverlening en klantbinding samen.

  • Permissiemarketing draait om communicatie waarvoor de ontvanger zelf kiest. Een bezoeker meldt zich bijvoorbeeld aan voor een nieuwsbrief met reisaanbiedingen en geeft zijn favoriete vertrekhavens op. Deze voorkeuren vormen de basis voor relevante direct marketing en een-op-eenmarketing. AI kan passende aanbiedingen selecteren, terwijl de klant zelf bepaalt welke berichten hij ontvangt.
  • Relatiemarketing richt zich op het opbouwen en onderhouden van langdurige klantrelaties. Een kledingwebshop stuurt na een aankoop onderhoudstips en vraagt later naar de ervaring met het product. Via een klantaccount, klantenservice en loyaliteitsprogramma krijgt deze relatie verder vorm. Persoonlijke aandacht en bruikbare informatie kunnen zo bijdragen aan herhaalaankopen en aanbevelingen.
  • Eventmarketing brengt mensen samen rond een merk, onderwerp of ervaring, zowel fysiek als digitaal. Een sportwinkel organiseert bijvoorbeeld een hardloopclinic en werft deelnemers via sociale media en e-mail. Tijdens het evenement krijgen deelnemers schoenadvies; daarna kunnen zij online hun ervaringen delen. Een virtuele productdemonstratie via VR of een interactieve AR-toepassing kan de beleving aanvullen. Met toestemming kan het contact vervolgens worden voortgezet via relatiemarketing.
  • Een-op-eenmarketing stemt de benadering af op de individuele klant. Een webshop toont bijvoorbeeld hardloopschoenen en inlegzolen die aansluiten op opgegeven voorkeuren en eerdere aankopen. AI kan helpen om relevante combinaties te selecteren. Waar relatiemarketing de langdurige band centraal stelt, maakt een-op-eenmarketing ieder afzonderlijk contact persoonlijker.
  • Traditionele marketing verbindt offline bereik met digitale interactie. Een poster, magazineadvertentie of winkelpresentatie kan via een QR-code doorverwijzen naar een productpagina, app of AR-demonstratie. Een meubelwinkel laat voorbijgangers bijvoorbeeld een code scannen waarmee zij een stoel virtueel in hun woonkamer plaatsen. De fysieke reclame vormt zo het begin van een online klantreis.
  • Direct marketing benadert een geselecteerde ontvanger met een concrete boodschap en een gewenste reactie. Denk aan een e-mail met een uitnodiging, een persoonlijke kortingscode of een appmelding over een beschikbaar product. Een reisorganisatie kan bijvoorbeeld een passende lastminute sturen met een link naar de boekingspagina. Permissiemarketing bepaalt of de klant deze communicatie wil ontvangen, een-op-eenmarketing maakt de inhoud relevant en relatiemarketing plaatst het contact binnen de bredere klantrelatie.

#hom9005

 

hom9005