
De Europese AI Act (de Europese wetgeving voor kunstmatige intelligentie) hanteert een benadering op basis van zogenoemde risicoklassen. Hoe groter het risico dat een AI-toepassing vormt voor de maatschappij, de veiligheid of de grondrechten, hoe zwaarder de verplichte eisen op het gebied van AI-geletterdheid (artikel 4) en transparantie. AI-geletterdheid omvat de vaardigheden, kennis en het begrip die medewerkers en organisaties in staat stellen om op een verantwoorde, bewuste en kritische manier met kunstmatige intelligentie om te gaan.
Het gaat hierbij niet alleen om het technisch kunnen bedienen van systemen, maar vooral om het begrijpen van de mogelijkheden en grenzen, het correct toepassen binnen toegestane kaders en het actief controleren op fouten, bias en de uiteindelijke maatschappelijke impact. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) treedt op als centrale coördinerend toezichthouder op algoritmes en AI. De AP handhaaft de regels rondom grondrechten, privacy, verboden AI-praktijken en specifieke hoogrisicosystemen (zoals biometrie, onderwijs en werk). Het Europees AI-bureau (European AI Office) houdt op Europees niveau direct toezicht op de krachtigste algemene AI-modellen (General-Purpose AI models met systemische risico’s).
