Hoofdstuk 10: De geschiedenis van de zoekmachine en wat is GEO-proof?

Hoofdstuk 10: De geschiedenis van de zoekmachine

What was the First Search Engine? - SEO by the Sea ⚓

Archie: De Eerste Zoekmachine (1990)

De allereerste zoekmachine heette Archie en werd in 1990 ontwikkeld. De naam is afgeleid van het Engelse woord “archive” (archiveren). In die vroege dagen van het internet was er echter nog maar weinig te indexeren. Archie doorzocht namelijk alleen bestandsnamen die beschikbaar waren op openbare FTP-sites (File Transfer Protocol) – een primitief systeem voor bestandsuitwisseling. Omdat er slechts enkele FTP-sites bestonden en Archie deze hooguit één keer per maand bezocht, was de zoekmachine extreem beperkt in bereik en actualiteit. Toch legde Archie het fundamenteel concept voor alle toekomstige zoekmachines: het automatisch doorzoeken en indexeren van beschikbare informatie op het internet.

WebCrawler en de Volgende Generatie (1994-1995)

Een doorbraak kwam met WebCrawler in 1994, dat voor het eerst volledige tekstinhoud van websites kon doorzoeken en vergelijken met zoekwoorden. Dit was een enorme stap vooruit – niet langer alleen bestandsnamen, maar daadwerkelijke inhoud. WebCrawler’s succes inspireerde snel volgende spelers. Lycos (ook 1994) en Yahoo (1995) volgden met vergelijkbare mogelijkheden. AltaVista was eveneens een invloedrijke zoekmachine uit deze periode, hoewel deze nu niet meer actief is. Deze zoekmachines markeerden het begin van de competitie in de zoekmarkt en toonden aan dat er een massale behoefte was aan mogelijkheden om het groeiende internet te doorzoeken.

Google: De Revolutie (1997)

Midden in deze innovatieve periode begon Google in 1997 als project van twee promovendi aan de Stanford-universiteit: Larry Page en Sergey Brin. Wat Google onderscheidde van concurrenten was het geniaal algoritme dat niet alleen zoekwoorden matchen, maar de kwaliteit en relevantie van pagina’s bepaalde op basis van inkomende links – een benadering die veel betrouwbaarder en gebruikersvriendelijker bleek dan de zoekmachines van die tijd. Google groeide snel uit tot de dominante zoekmachine, niet alleen vanwege technische superioriteit, maar ook vanwege zijn schone interface en snelle resultaten. Vandaag de dag is Google nog steeds de marktleider met meer dan 90% van de globale zoekmachines, en de naam “googelen” is synoniem geworden met “zoeken op het internet.”

 

 

#71001, 71001

#81001 #hom9041, hom9041

 

Webspiders

Webspiders (ook crawlers of bots genoemd) zijn geautomatiseerde programma’s van zoekmachines zoals Google, Bing en Yahoo die constant het web doorzoeken en indexeren. Deze spiders volgen hyperlinks van pagina naar pagina, lezen de HTML-code en content, en geven al die informatie door aan de zoekmachine, die het toevoegt aan haar gigantische database (index). Zo scant bijvoorbeeld Googlebot – de spider van Google – elke pagina op je website en stelt vragen: Wat staat hier? Welke zoektermen zijn belangrijk? Linken andere sites hiernaartoe? Is het mobiel-vriendelijk? Laadt het snel? Je kunt deze spiders sturen en blokkeren via je robots.txt-bestand (dat je vertelt welke pagina’s ze wel en niet mogen indexeren), de noindex meta-tag (zegt “indexeer deze pagina niet”), of een sitemap (helpt spiders je site sneller te doorzoeken). Omdat zoekmachines hun spiders constant rondsturen om te controleren wat er is veranderd, speelt Googlebot regelmatig voorbij zodra je website eenmaal in Google staat – dus Google, Bing, Yahoo en andere zoekmachines zorgen ervoor dat het web continu wordt doorzocht, geanalyseerd en in hun index wordt opgenomen.

 

Wat is GEO?

 

 

GEO staat voor Generative Engine Optimization. Het betekent: content zo maken en structureren dat AI-systemen, zoals ChatGPT, Google AI Overviews, Gemini en Perplexity, de informatie goed kunnen begrijpen, betrouwbaar vinden en mogelijk meenemen in hun antwoord.

GEO gaat dus niet over geografische locatie. Het gaat om zichtbaarheid in antwoorden die door generatieve AI worden gemaakt.

Van zoeken naar een lijstje naar direct antwoord

Bij traditionele zoekmachines typt iemand bijvoorbeeld: “Welke hbo-opleiding past bij online marketing?” De zoekmachine toont vervolgens een lijst met links. Met SEO (Search Engine Optimization) probeer je hoog in die lijst te komen.

Steeds vaker stelt iemand dezelfde vraag direct aan AI: “Welke opleiding past bij mij als ik creatief ben, data interessant vind en later in marketing wil werken?” De AI geeft dan meteen een samengesteld antwoord, soms met links of bronvermeldingen.

GEO richt zich op die tweede situatie: hoe zorg je dat de AI jouw betrouwbare informatie over een opleiding, vakgebied of organisatie verwerkt in dat antwoord?

SEO en GEO: het verschil

SEO GEO
Gericht op positie in zoekresultaten Gericht op genoemd of gebruikt worden in AI-antwoorden
Doel: bezoek aan de website Doel: zichtbaarheid, vertrouwen en mogelijk bronvermelding
Werkt met zoekwoorden, techniek en links Werkt met heldere antwoorden, expertise, structuur en bronnen
Zoekmachine toont vooral links AI vat informatie samen en geeft een direct antwoord

SEO blijft belangrijk. Een website die technisch slecht werkt of onduidelijk is, wordt ook voor AI minder bruikbaar. GEO is daarom geen vervanging van SEO, maar een aanvulling.

Wat betekent GEO voor scholen en opleidingen?

Een school, opleiding of docent heeft vaak veel waardevolle kennis online staan: opleidingsinformatie, toelatingseisen, projecten, onderzoek, praktijkvoorbeelden en veelgestelde vragen. Die informatie moet niet alleen vindbaar zijn, maar ook begrijpelijk en controleerbaar zijn voor mens én AI.

Een opleiding kan bijvoorbeeld niet volstaan met de zin: “Onze opleiding leidt je op voor de toekomst.” AI kan daar weinig mee. Veel bruikbaarder is:

“De opleiding Commerciële Economie duurt vier jaar, combineert marketing, sales en data-analyse en leidt onder meer op voor functies als online marketeer, accountmanager en e-commerce specialist.”

Dat is concreet, feitelijk en goed te gebruiken in een AI-antwoord.

Hoe maak je onderwijscontent GEO-proof?

  1. Beantwoord echte vragen van studenten en ouders, bijvoorbeeld over toelating, baankansen, stages en studiekeuze.
  2. Zet het antwoord snel bovenaan een pagina en werk daarna pas uit met extra uitleg.
  3. Gebruik duidelijke tussenkoppen, korte alinea’s, opsommingen en FAQ’s.
  4. Noem feiten precies: data, locaties, duur van de opleiding, voorwaarden en betrokken organisaties.
  5. Vermeld bronnen, experts en actuele contactgegevens waar dat relevant is.
  6. Laat vakinhoudelijke expertise zien met onderzoek, docentprofielen, projecten en praktijkcases.
  7. Houd informatie actueel. Oude roosters, vervallen toelatingseisen of gedateerde cijfers verlagen het vertrouwen.
  8. Publiceer niet alleen promotietekst, maar vooral bruikbare uitleg die een vraag werkelijk oplost.

Kritisch blijven

GEO is geen truc waarmee een organisatie kan afdwingen dat ChatGPT of Google haar altijd noemt. AI-systemen verschillen van elkaar, veranderen geregeld en kunnen fouten maken. De kern blijft daarom: maak inhoud die feitelijk klopt, helder is, aantoonbaar deskundig is en daadwerkelijk helpt.

Voor studenten is GEO bovendien een nieuw onderdeel van digitale geletterdheid: niet alleen leren hoe je AI gebruikt, maar ook begrijpen hoe AI informatie selecteert, samenvat en van bronnen voorziet.

Bron: Coosto: GEO-proof content en online zichtbaarheid coosto.com

 

 

—

HOM9042, #HOM9042

 

 

 

Hoofdstuk 12: B-model en socialemediamarketing cases

 

 

Een socialmediastrategie vertaalt de marketing- en communicatiestrategie naar een doelgerichte inzet van socialemediakanalen. Het DNA, de purpose en de merkpositionering vormen het vertrekpunt. De strategie beschrijft welke doelgroepen de organisatie wil bereiken, welke rol sociale media spelen in de klantreis en welke content, interactie en dienstverlening daarbij passen. De gewenste merkbeleving en houding tegenover het merk geven richting; de tone of voice bepaalt hoe de organisatie communiceert. De belangrijkste doelen van sociale media zijn:

 

  • Merkbekendheid vergroten door relevante content, betaalde verspreiding, earned media en samenwerking met creators, klanten en partners.
  • Merkvoorkeur en vertrouwen versterken via herkenbare storytelling, waardevolle interactie, geloofwaardige influencers en co-creatie. Klanten kunnen daarbij als prosumers meedenken, bijdragen en ervaringen delen.
  • Leads en aankopen stimuleren met social selling, productdemonstraties, gerichte campagnes en social commerce. De vervolgstap moet aansluiten bij de behoefte en klantreisfase.
    Klantbeleving en loyaliteit verbeteren door toegankelijke social care, behulpzame communities, klantbeoordelingen als social proof en samenwerking met ambassadeurs.
    Klantinzicht ontwikkelen door gesprekken, zoekvragen en feedback te analyseren en te vertalen naar betere producten, service en content.

B-model

De B’s vormen een belangrijk model in het hoofdstuk over contentmarketing in het Handboek Online Marketing en bestaan uit:

 

  • Bewustzijn: door monitoring bewust worden van wat er gezegd wordt op sociale media. Elke campagne begint met luisteren. Bewustzijn linkt ook aan de interne huishouding op basis van het SOCIAL-model en richt zich stevig op de eigen organisatie. Grossiert de open organisatie met enige betrokkenheid op sociale media? Wordt er gereageerd?
  • Bepalen & bespreken: in deze fase stelt de organisatie doelen om de sociale media mee te bewerken. We bepalen (en betrekken) (interne) doelgroepen bij de doelen en meetbare doelstellingen. Meer bereik? Meer interactie en betrokkenheid? Meer buzz en bekendheid? Social care opstarten? Social branding? Co-creatie met de crowd?
  • Boeien: dit is de fase waarin doelgericht content wordt gemaakt die boeit en betrokkenheid opwekt. De doelen zijn herkenbaar in de aangeboden boeiende content.
  • Binden: door storytelling en een structureel aanbod van boeiende content, een connectie maken met een geïnteresseerde crowd. De Mission Statement, visie en missie dringen door tot de verhaallijn van de gebruikte contentmarketing.
    Bereiken: door langdurig te Boeien en Binden een Bereik opbouwen met earned media en het effect bereiken van de gestelde doelen uit de fase van het Bepalen.
  • Betrokken: in deze fase raakt de crowd betrokken en willen de betrokkenen eventueel meedenken en in dialoog gaan. Deze fase kan worden gebruikt om de campagne bij te stellen.
  • Bestellen & best Buy: na het boeien, het binden en betrekken mag de call-to-action een rol spelen (niet te commercieel, wel wervend). Bestellen linkt aan de social selling en maakt gebruik van aanwezige content – zoals reviews – om de bijna-klant te overtuigen van een Best Buy. Deze fase linkt direct aan de call-to-action in de customer journey. Beoordelen en best buy is de intentie die is ontstaan door te bereiken, boeien en betrekken Het (positief) oordelen is ontstaan door social proof

Hoe wij Boeien en Binden?

 

https://www.youtube.com/watch?v=IQfZPsCVbTU

 

Naast het B-model kennen we ook de 6 C’s:

Via het 6C-model van Patrick Petersen zie je in zes stappen waar het rendement van je content kan worden vergroot:

  1. Contentcreatie: zorg dat de content bijdraagt aan je kernboodschap en doelstellingen
  2. Channels: selecteer kanalen om je content te promoten en pas content hierop aan
  3. Crossmedia: laat kanalen elkaar versterken en leidt bezoekers door de marketingfunnel
  4. Curatie: beheers investeringen door gebruik van bronnen en bestaande content
  5. Community: bouw aan een community waarin je mensen stimuleert content te delen
  6. Comfort: zorg dat je content op alle devices en in alle situaties aantrekkelijk blijft

Het 6C-model is een veelgebruikt stappenplan om focus op effectieve inzet van content óver de verschillende kanalen en berichten te houden.

 

Vijf socialmediamarketingcases

De resultaten zijn overgenomen uit de gepubliceerde casebeschrijvingen van de merken, bureaus of platforms. Die cijfers zijn dus door de betrokken partijen gerapporteerd en zijn niet zonder meer onderling vergelijkbaar.

1. ICI PARIS XL: beautyadvies op TikTok

 

ICI PARIS XL wilde populairder worden bij jonge consumenten in de Benelux. Het merk zette Beauty Advisors in voor korte tips, producttests en antwoorden op vragen uit de reacties. Succesvolle organische video’s kregen extra bereik via advertenties. De captions werden ook geoptimaliseerd voor zoekopdrachten binnen TikTok.

Resultaten

  • Ongeveer 70 miljoen weergaven in Nederland en België van januari tot juli; circa 3 miljoen daarvan waren organisch.
  • De advertentieherinnering lag bij de bereikte groep 10,1% hoger dan bij de controlegroep.
  • De merkvoorkeur steeg met 7% op een significantieniveau van 80%; voor merkassociatie werd geen significante stijging gemeten.
  • In Nederland lag de gemiddelde doorklikratio op 0,22%, tegenover een benchmark van 0,07%.

Learnings

  • Laat medewerkers hun expertise delen in formats die passen bij het platform.
  • Gebruik vragen en reacties als inspiratie voor nieuwe video’s.
  • Combineer organische content met betaalde promotie van de best presterende video’s.

 

2. Arla Foods: advertenties die echt als Shorts voelen

Arla Foods testte met verschillende merken, waaronder Cocio en Apetina, of speciaal voor YouTube Shorts gemaakte advertenties beter werkten dan bestaande langere advertenties of traditionele bumpervideo’s. De teams vergeleken varianten met A/B-tests en Brand Lift-onderzoek.

Resultaten

  • In één test steeg de gemeten advertentieherinnering van 3% naar 9% toen native Shorts-content werd toegevoegd.
  • Andere tests lieten een advertentieherinnering zien die twee tot vier keer hoger was dan eerdere benchmarks.
  • De gemeten merkbekendheidslift was twee keer zo groot als bij de gebruikelijke campagnes.

Learnings

  • Pas de video creatief aan het platform aan; alleen het formaat aanpassen is niet genoeg.
  • Test native content tegenover bestaande advertenties.
  • Meet naast views ook of mensen de advertentie onthouden of anders over het merk gaan denken.

 

 

3. HASK Beauty: creators maken de advertentie herkenbaarder

Haarverzorgingsmerk HASK Beauty begon met gepolijste merkvideo’s en schakelde daarna over op creatorvideo’s met een meer persoonlijke, gebruikersgerichte stijl. De campagne liep op TikTok, Meta en YouTube en gebruikte verschillende versies van video’s om te testen welke invalshoeken het beste werkten.

Resultaten

  • De weergavepercentages van creatorcontent lagen hoger dan die van merkvideo’s: 157% op TikTok, 57% op Meta en 86% op YouTube Shorts.
  • De CPM lag over de platforms gemiddeld 19% lager.
  • Op Meta was de doorklikratio van creatorcontent ruim 112% hoger dan die van de merkvideo’s.
  • Op YouTube Shorts rapporteerde de case 155% meer advertentieherinnering en 347% meer merkbekendheidslift voor creatorcontent dan voor branded content.

Learnings

  • Test creatorcontent naast de bestaande merkstijl in plaats van vooraf aan te nemen wat beter werkt.
  • Varieer met openingsbeelden, lengte, voice-over en boodschap.
  • Gebruik resultaten per platform om de creatieve keuzes bij te sturen.

Campagnevideo’s :HASK Beauty op YouTube Shorts · Casebeschrijving

 

4. J.Crew: vijf creators voor de zomercollectie

Modebedrijf J.Crew testte in mei 2025 voor het eerst creatorcampagnes op YouTube Shorts. Vijf modecreators maakten elk een video rond de zomercollectie. J.Crew promootte die video’s vervolgens via de kanalen van de creators.

Resultaten

  • De vijf video’s bereikten 1,7 miljoen mensen en kregen 1,5 miljoen views.
  • De campagne leverde 21.000 interacties op, met gemiddeld 1,4% engagement.
  • De advertentieherinnering steeg met 3,9%.
  • Het view-throughpercentage lag 189% boven de genoemde social benchmark; de kosten per view waren 30% efficiënter.

Learnings

  • Kies creators die inhoudelijk en visueel bij het merk passen.
  • Laat creators het product op hun eigen manier laten zien; hun volgers reageerden met concrete vragen over de kleding.
  • Promoot creatorvideo’s om bereik en resultaten op te schalen.

Campagnevideo:J.Crew op YouTube Shorts · Casebeschrijving

 

5. ASICS: padelcontent op YouTube

ASICS introduceerde de GEL-RESOLUTION X-padelschoen met korte video’s voor padelspelers in Spanje en Italië. Het merk maakte onder meer video’s van zes en vijftien seconden en stemde de beelden af op YouTube-formaten en padelcontent. Tijdens de campagne werden varianten getest en werd het budget verschoven naar de best presterende advertenties.

Resultaten

  • De campagne behaalde ruim 15 miljoen vertoningen.
  • De case rapporteerde een view-throughpercentage van ongeveer 95%.
  • In Spanje steeg de merkoverweging onder blootgestelde doelgroepen statistisch significant.
  • Het aantal organische zoekopdrachten naar ASICS nam in Spanje met dubbele cijfers toe onder de bereikte doelgroep.

Learnings

  • Begin korte video’s met actie en laat het product vroeg zien.
  • Maak verschillende versies voor verschillende plaatsingen en videolengtes.
  • Test gedurende de campagne en verplaats budget naar de best presterende varianten.

Campagnebeelden en case: ASICS Padel YouTube-campagne

Wat deze cases gemeen hebben

  • De content is afgestemd op het platform en de doelgroep.
  • Creators en medewerkers brengen een menselijke stem in de campagne.
  • Meerdere varianten maken het mogelijk om te testen en bij te sturen.
  • De campagnes meten naast bereik ook merkherinnering, merkoverweging, verkeer of interactie.

 

 

 

 

Voorbeeldcases: Vier rechtszaken die sociale media kunnen veranderen

De grote socialmediaplatforms krijgen in de Verenigde Staten te maken met rechtszaken over onder meer de veiligheid van jongeren, verslavend ontwerp en misleidende advertenties. De uitkomsten kunnen gevolgen hebben voor de manier waarop platforms hun diensten bouwen, modereren en toegankelijk maken. Hieronder staan vier zaken die de BBC op 11 juni 2026 uitlichtte. De genoemde procesmomenten zijn de stand van zaken op die datum en kunnen inmiddels zijn veranderd.

1. Scholen dagen socialmediaplatforms over verslavend ontwerp

Meer dan duizend Amerikaanse schooldistricten doen mee aan een omvangrijke rechtszaak tegen Instagram, YouTube, Snapchat en TikTok. De schooldistricten stellen dat de platforms bewust zo zijn ontworpen dat jongeren er veel tijd aan besteden. Volgens hen schaadt dat het mentale en emotionele welzijn van leerlingen en kost het scholen extra tijd en geld om de gevolgen op te vangen.

De scholen willen dat de platforms verantwoordelijk worden gehouden voor die schade. Ze stellen onder meer dat de diensten een publieke overlast veroorzaken. Als de rechtbank de claims gegrond verklaart, kan dat gevolgen hebben voor functies die gebruikers langer laten kijken, reageren of terugkomen. Ook de regels voor wie toegang krijgt tot de platforms kunnen onderwerp van verandering worden.

2. Californië en andere staten klagen Meta aan over privacy van kinderen

Californië en Colorado leidden een groep van 29 Amerikaanse staten die Meta in 2023 aanklaagden. De zaak draait onder meer om de bescherming van kinderen jonger dan dertien jaar en de Amerikaanse privacywet COPPA. De staten stellen dat Meta onvoldoende voorkomt dat jonge kinderen de platforms gebruiken en eisen onder meer dat het bedrijf eerder verzamelde gegevens van kinderen verwijdert.

Die gegevens zijn volgens de BBC relevant voor onder meer advertentietargeting en het trainen van AI-systemen. De zaak kan daardoor niet alleen gevolgen hebben voor leeftijdscontroles, maar ook voor de manier waarop Meta gegevens van jonge gebruikers verzamelt en inzet. De staten vragen de rechtbank om Meta tot veranderingen te verplichten.

3. Jongen klaagt Roblox en Discord aan na online benadering

Een dertienjarige jongen heeft Roblox en Discord aangeklaagd. Volgens de aanklacht werd hij via beide platforms benaderd en seksueel uitgebuit door een volwassen verdachte, die later werd gearresteerd. De jongen stelt dat de platforms onvoldoende veilig waren ingericht en dat hun communicatie over de bescherming van jonge gebruikers misleidend was.

Roblox en Discord probeerden de zaak naar arbitrage te laten verwijzen: een besloten procedure buiten de gewone rechtbank. De rechter wees dat verzoek af, waarna de bedrijven beroep instelden. Als zij dat beroep verliezen, kan de zaak voor de rechter komen. Een uitspraak kan leiden tot strengere leeftijdscontroles en beperkingen op contact tussen onbekenden en minderjarigen via chat en berichten.

4. Australische miljardair klaagt Meta aan over frauduleuze advertenties

De Australische zakenman Andrew Forrest klaagde Meta aan omdat op Facebook volgens hem frauduleuze beleggingsadvertenties verschenen waarin zijn naam en afbeelding werden gebruikt. Forrest stelt dat Meta onvoldoende tegen die advertenties optrad en tegelijk geld verdiende aan de advertenties die op het platform werden geplaatst.

Een belangrijk punt in de zaak is de vraag of Meta zich kan beroepen op Section 230, een Amerikaanse wet die onlineplatforms in veel gevallen beschermt tegen aansprakelijkheid voor inhoud die gebruikers plaatsen. Forrest vraagt de rechtbank om die bescherming in deze zaak niet toe te passen. Als de rechter hem daarin volgt, kan dat gevolgen hebben voor de manier waarop platforms zich verdedigen tegen claims over advertenties en andere gebruikerscontent.

Samen laten deze zaken zien hoe breed de juridische discussie over sociale media is geworden. De rechtszaken gaan niet alleen over afzonderlijke berichten, maar ook over platformontwerp, jongerenbescherming, datagebruik en de verantwoordelijkheid voor advertenties. Uitspraken kunnen bedrijven ertoe dwingen hun producten en werkwijzen aan te passen.

 

 

 

 

 

 


81204, #81204, HOM9049, #HOM9049, 9049

 

Hoofdstuk 5 Big data analysesoftware en toepassingen #algoritme

Wiskundige Hannah Fry beschrijft in haar boek Algoritmes aan de macht dat een algoritme niets meer doet dan patronen aanbrengen in de bulk van data. Het brengt dus op snelheid (Velocity) structuur in die Verscheidenheid en massa (Volume) aan ongestructureerde data.Om de link tussen big data en de dagelijkse praktijk van de (online) professional te leggen gebruiken wij vier verschillende functies van een algoritme, zoals door Fry beschreven:

Prioriteren, algoritmen stellen prioriteit; Google beslist welke zoekresultaten bovenaan komen te staan, Facebook beslist welke posts worden getoond.

Classificeren, het onderscheidt maken tussen reacties op de social media die relevant zijn voor een actuele productlancering tijdens een online webinar of een vaste klant voorrang geven bij het stellen van een vraag via de chat. Associëren, een geschikte opstellen vinden op basis van bepaalde kenmerken van een grote groep kopers.
Filteren, alle bots, zoekmachinebezoeken en snelle website-bounces wegfilteren tussen de bezoekers en alleen de conversiepaden van de kopers overhouden.

Wat is het?

 

Top 10 van software

Facebook analyse

 

 

Big data: van losse gegevens naar bruikbare inzichten

Big data-software helpt organisaties om grote hoeveelheden uiteenlopende gegevens centraal te verzamelen, te beheren en te analyseren. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens uit webshops, CRM-systemen, social media, apps, campagnes, klantenservice en fysieke winkels. Door deze databronnen te combineren, ontstaat een vollediger beeld van klanten, processen en resultaten.

Platformen zoals Mozart Data, Microsoft Power BI en Google Cloud maken het mogelijk om data uit verschillende systemen samen te brengen. Vervolgens kunnen organisaties daarin patronen, verbanden en afwijkingen ontdekken die met losse spreadsheets of kanaalrapportages moeilijk zichtbaar zijn.

Voor marketingprofessionals kan big data bijvoorbeeld inzicht geven in koopgedrag, surfgedrag, klantsegmenten, de prestaties van campagnes en de route die klanten afleggen vóór een aankoop. Zo wordt data niet alleen een verslag van wat er is gebeurd, maar ook een hulpmiddel om betere beslissingen te nemen.

  • Datavisualisatie vertaalt grote datasets naar begrijpelijke grafieken, kaarten, tabellen en andere visuele weergaven. Daardoor zijn trends en afwijkingen sneller te herkennen.
  • Dashboards zijn een vast gereedschap voor online professionals. Een dashboard brengt de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI’s) overzichtelijk samen, bijvoorbeeld omzet, websitebezoek, conversie, bereik, advertentiekosten en klanttevredenheid.

Veel analysetools tonen gegevens van één afzonderlijk kanaal, zoals Meta Business Suite voor Facebook en Instagram, of Google Analytics voor een website of app. Een dashboard gaat een stap verder: het combineert data uit meerdere online en offline bronnen in één overzicht. Daardoor kan een organisatie bijvoorbeeld zien hoe socialmedia-advertenties, e-mailcampagnes, zoekmachineverkeer en webshopomzet elkaar beïnvloeden.

8502

 

hom9029

#hom9029

 

Hoofdstuk 8: EXPERTCASE Podcast- en Radioawards

 

Richard Otto is geen onbekende in de media en marketingwereld. Talrijke initiatieven heeft afgelopen jaren opgezet. Hij was actief met de Hilversumse techstartup XS2Content, waar hij onder andere projecten heeft opgezet voor DPG Media, Talpa, Mediahuis, Business Insider en Paramount. Otto is ook uitgever van Spreekbuis.nl en diverse media en marketing-boeken, waaronder Mister Veronica, Vroom & Dreesmann, Merkdisruptie, Een Schitterende Slangenkuil, maar ook Spreekbuis Magazine. Onder Spreekbuis.nl (mede)organiseert hij ook diverse events, waaronder Online Radio Awards, De TV Knollen, Media Oeuvre Award en de Nachtwacht Award.

Spreekbuis.nl is vakblad voor omroepers ontstond al in 1946, aanvankelijk onder de titel De omroeper. In 1969 werd de naam veranderd in Spreek’buis. Het blad verwierf een positie als omroepbreed platform voor mediaprofessionals.

Zijn podcasts onderdeel van een hype of horen deze in de online marketingmix thuis?

“Podcasts zijn enorm populair en wellicht wat overhyped. De markt van online video lijkt verzadigd en daarom worden de pijlen nu op online audio gericht. Voordeel is dat de technologie (mobile devices en mobile internet) het nu toelaat om een groot publiek overal gebruik hiervan te kunnen laten maken. Contentconsumptie op het gebied van podcasts lijkt in sommige doelgroepen haar platfond te hebben bereikt, maar vooral in de doelgroep boven de 50 jaar is nog een wereld te winnen. Ook veel merken spelen al in op podcasting. Het is geen verplicht nummer in de marketingmix, maar kan -indien goed ingezet- voor mooie resultaten opleveren. Dit kan op verschillende manieren, als pre-roll, maar ook als branded content.”

Wat is in jouw woorden het nut van een podcast?

“Een podcast biedt de mogelijkheid om on demand waardevolle informatie aan te bieden. Dit kan uiteraard ook branded content zijn, mits relavant voor de doelgroep.“

Jij bent betrokken bij de Online Radio Awards, welke trends zijn zichtbaar bij de inzendingen door de jaren heen?

“De kwaliteit gaat in zijn algemeenheid omhoog. Je ziet dat de podcasts korter worden en de populariteit vooral in nieuwe doelgroepen (zoals ouderen) nog steeds flink groeit. Verder wordt er door veel podcastmakers ook steeds meer rekening gehouden dat je ook een marketing strategie moet hebben om de podcast onder de aandacht van de doelgroep te krijgen. Dat laatste is iets wat vaak in het verleden werd vergeten. Als aatste trend: podcasts krijgen steeds vaker een echt verdienmodel, waardoor de industrie eindelijk volwassen begint te worden. Verder verwacht ik dat we naast tv-formats ook echt podcasts-formats krijgen, die internationaal uitgerold kunnen worden. Verder geloof ik dat de grenzen tussen podcasts, radio, text en tv/video steeds meer gaan vervagen. Ze vullen elkaar aan of worden met enkele aanpassing in een andere contentvorm gegoten. Denk bv aan een talkshow die op tv, radio en als podcast wordt uitgerold.”

Wat zijn tips voor een doelgerichte succesvolle podcast-serie?

Dit zijn mijn tips:
1. Hou de doelstelling in de gaten, maar ook of de potentiële luisteraar hier echt op staat te wachten. Er is veel keuze en de consument heeft beperkte luistertijd. Waarom zouden ze moeite doen om juist naar jouw podcast te luisteren?

2. Hou voldoende budget en tijd vrij voor de productie, maar ook zeker voor de marketing, promotie en engagement en tijd om de publieksvriendelijke ‘vertalingen’ – mits goed uitgevoerd – te testen. Dit noemen we dan A/B testing.”


Nog meer tips:

Hier zijn 10 praktische tips voor het opzetten, opnemen en lanceren van een succesvolle podcast in Nederland en België:

1. Kies een scherpe, afgebakende niche

De Nederlandstalige podcastmarkt is vol, maar nog luidruchtig genoeg om op te vallen met een duidelijke focus. Kies liever voor een specifiek afgebakend thema (zoals “AI in het MKB” of “Belgische vastgoedtrends”) dan voor een algemene babbelshow. Zo word je sneller dé autoriteit binnen jouw niche.

2. Waarborg de audio-kwaliteit vanaf dag één

Luisteraars haken binnen 30 seconden af bij blikkering geluid, echo of slechte spraakverstaanbaarheid.

  • Hardware: Investeer in een kwalitieve USB- of XLR-microfoon (zoals de Røde PodMic of Shure MV7).

  • Ruimte: Neem op in een gestoffeerde ruimte met veel gordijnen, een kleed of boekenplanken om galm te dempen.

3. Houd rekening met culturele taal- en toonverschillen

Richt je je op de hele Benelux? Let dan op het taalgebruik en de spreekstijl:

  • Nederland: Luisteraars zijn gewend aan een directe, energieke en wat lossere toon.

  • Vlaanderen: Luisteraars waarderen over het algemeen een meer gecultiveerde, verhalende of inhoudelijk gereserveerdere aanpak.

  • Woordkeus: Vermijd regionaal jargon als je een benelux-breed publiek wilt aanspreken (bijv. “content maken” snapt iedereen, maar specifieke uitdrukkingen kunnen vervreemden).

4. Bepaal een vast format en strakke lengte

Consistentie geeft de luisteraar houvast. Bepaal van tevoren de vaste structuur (bijv. vaste rubrieken, een korte intro en een heldere afsluiter) en houd je aan een vaste duur per aflevering:

  • Pendelafstand: Veel luisteraars luisteren tijdens het reizen. Een lengte van 20 tot 30 minuten werkt ideaal voor een kortere pendel; 45 tot 60 minuten voor verdiepende interviews.

5. Gebruik lokale, bekende hostingproviders

Kies een podcast-hoster die goed aansluit op de Benelux-markt. Platforms zoals Springcast (Nederlands) of Podhome bieden uitstekende Nederlandstalige support, snelle servers binnen de EU (i.v.m. AVG/GDPR) en automatische distributie naar Spotify, Apple Podcasts en Google.

6. Zorg voor sterke visualisatie en branding

Mensen ‘luisteren’ met hun ogen wanneer ze door Spotify of Apple Podcasts scrollen.

  • Podcast-art: Ontwerp een opvallend cover-beeld op 3000x3000px dat ook op een klein telefoonscherm nog leesbaar is.

  • Gastelementen: Nodig je gasten uit? Maak voor hen kant-en-klare visuals (met hun foto) die ze eenvoudig op hun eigen LinkedIn of Instagram kunnen delen.

7. Zet vol in op Video Podcasts (Vodcasts)

Videopodcasting groeit enorm op platforms zoals YouTube en Spotify. Neem tijdens de audio-opname direct video op met een camera of smartphone op statief. Dit levert niet alleen een volledige YouTube-aflevering op, maar ook waardevol beeldmateriaal voor marketing.

8. Snipper afleveringen op voor Shorts, Reels en TikTok

Haal uit elke aflevering 2 tot 3 krachtige, inhoudelijke of opvallende fragmenten van 30-60 seconden. Voorzie deze verticale video’s van automatische ondertiteling. Dit is de meest effectieve manier om organisch nieuwe luisteraars aan te trekken via LinkedIn, Instagram Reels en TikTok.

9. Optimaliseer titels en show notes voor zoekmachines (SEO)

Plaats niet zomaar “Aflevering 4: Met Jan Janssen”, maar schrijf een zoekmachinevriendelijke titel en beschrijving waarin de centrale vraag of het probleem centraal staat (bijv. “Hoe schrijf je een e-book in 2026? | Met Jan Janssen”). Dit helpt enorm bij de vindbaarheid binnen zoekmachines en podcast-apps.

10. Bouw actief aan een community

Een podcast is geen eenrichtingsverkeer. Betrek de luisteraar door vragen te stellen, luisteraarsvragen te behandelen in de uitzending of op te roepen tot reacties via een LinkedIn-post of Instagram-poll. Een loyale, actieve groep luisteraars levert uiteindelijk de meeste mond-tot-mondreclame op.

 

 

 


hom9039

#hom9039 HOM9039

Hoofdstuk 8: 3H en 6C-model

De cirkels van dit marketingmodel staan voor 6 C’s die in combinatie het beste uit jouw content halen: channels (kanalen waarmee je je content verspreidt naar je doelgroep), crossmedia (mate waarin diverse kanalen door elkaar gebruikt worden), curatie (raadplegen van externe bronnen), community (interactie met je volgers) en comfort (gemak waarmee je klant content bekijkt en deelt). Last but not least: content moet snackable, shareable én searchable zijn.

De 6 pijlers of C’s

  • Contentcreatie: creëer content, want dat is de kern van de hele strategie. Onderschat de tijd die je nodig hebt niet. De doelgroep bepaalt welke content je maakt en met welke tone-of-voice je schrijft. Content moet snackable (kort en krachtig), shareable (makkelijk deelbaar) en searchable (goed vindbaar) zijn.
    Channels: je wil jouw doordachte content verspreiden, maar via welke kanalen? Dat bepaalt jouw doelgroep. Dit kunnen offline kanalen zijn, zoals een regionale krant of radiozender. Tegenwoordig kan je alle doelgroepen bereiken via online media zoals Google, sociale media, e-mail … of met een mix van offline en online zoals via influencer marketing.
    Crossmedia: je hebt zoveel online kanalen, dus je maakt best gebruik van de mogelijkheden. Verspreid je content op verschillende kanalen. Zo vergroot je de kans dat je je doelgroep bereikt en versterken de boodschappen elkaar. Let daarbij op dat je de vorm van je boodschap telkens aanpast aan het gebruikte kanaal.
    Curatie: ga eens snuisteren in externe bronnen voor interessante content. Doe geen copy-paste werk, maar zorg voor een unieke toegevoegde waarde aan jouw content.
    Community: de beste boost voor jouw social media posts zijn de (inter)acties met jouw volgers! Hoe meer volgers trouw blijven, hoe meer reacties, likes … hoe groter het bereik van jouw posts.
    Comfort: als jouw website of social mediapagina als een pak speelkaarten door elkaar wordt geschud wanneer je deze opent op een smartphone, dan zorg je voor ongemak bij de gebruiker. Pas het beeld en afbeeldingen aan voor de verschillende devices. Google checkt eerst of de content op jouw site mobielvriendelijk Een aangename ervaring en leesbaarheid vergroten de kans dat je bovenaan in de zoekresultaten komt en gebruikers zullen terugkeren naar jouw kanalen.

 

Dit model is internationaal opgepikt:

 

 

Het 3H-model

Dit tekstgedeelte legt uit hoe het Hero-, Hub-, Hygiëne-model (3H-model) werkt als een tactische brug tussen de strategische doelen van een organisatie en de concrete contentvormen. Door content op te delen in deze drie lagen ontstaat een gebalanceerde en consistente contentstrategie:

1. Hero-content: Grootschalige merkactivatie

  • Functie & Kenmerken: Deze laag is primair gericht op het creëren van brede merkbekendheid (awareness) en een grote aantrekkingskracht. Het betreft keiharde, impactvolle content die met een hoge productie- of mediawaarde wordt gemaakt. Omdat dit type content veel middelen vraagt, wordt het slechts een paar keer per jaar ingezet rondom grote momenten.

  • Voorbeeld: Een grote videocampagne in samenwerking met bekende influencers, uitgebracht rond een landelijke introductie van een nieuw product.

2. Hub-content: Terugkerende betrokkenheid

  • Functie & Kenmerken: Hub-content bouwt een duurzame relatie op met de doelgroep door te zorgen voor consistent bereik en herkenning. Het betreft thematische content die op vaste, voorspelbare momenten terugkeert. Hiermee geef je de doelgroep een reden om regelmatig terug te komen.

  • Voorbeeld: Een vaste wekelijkse podcast, een maandelijkse kennissessie/webinar of een dagelijkse fotoreeks binnen een specifiek thema.

3. Hygiëne- (of Help-) content: De vindbare basis

  • Functie & Kenmerken: Dit vormt het fundament van de contentmarketing. Hygiëne-content speelt in op de specifieke vragen, problemen of zoekopdrachten van potentiële klanten. Deze content is sterk geoptimaliseerd voor zoekmachines (SEO) en biedt praktische antwoorden en informatie die mensen actief verder helpen.

  • Voorbeeld: Uitgebreide ‘How-to’ gidsen, een pagina met veelgestelde vragen (FAQ) of een technische specificatielijst van een nieuw automodel.

 

 

–

HOM9036, #HOM9036

Hoofdstuk 1 ‘KLM gebruikt AI om aantal maaltijden te voorspellen’

Hoofdstuk 1 ‘KLM gebruikt AI om aantal maaltijden te voorspellen’

Hoofdstuk 1 ‘KLM gebruikt AI om aantal maaltijden te voorspellen’

 

 Kunstmatige intelligentie (AI) transformeert in hoog tempo werkplekken in Nederland. Dit lijkt al te zijn ingezet door de automatiseringsgolven in de jaren 90 (pc’s, software) en rondom 2010 (cloudoplossing, bigdata). Grote werkgevers integreren AI in hun dagelijkse operaties om efficiëntie te verhogen en verspilling te verminderen. KLM, de nationale luchtvaartmaatschappij, gebruikt AI om de vraag naar maaltijden op 300 dagelijkse vluchten te voorspellen. Of alles nu opeens te danken valt aan “AI” valt te betwijfelen in het tijdperk van AI-washing. 

Wij weten dat 3 tot 5 procent van de passagiers hun vlucht mist, maar dit varieert per dag.

Lees verder →