Hoofdstuk 2: EXPERTCASE Prof. dr. Cor Molenaar over transitie en moderne retail-strategie #disruptail

Prof. dr. Cor Molenaar heeft een brede expertise die hij onder andere heeft kunnen ontwikkelen bij Ogilvy&Mather, vele bestuursfuncties en zijn eigen strategische consultancybureau eXQuo Consultancy. Naast zijn economiestudie heeft Cor Molenaar verscheidene studies gevolgd om zijn visie te verbreden en te verdiepen. Nadat hij zijn masterdiploma had behaald aan de Vrije Universiteit Amsterdam, promoveerde hij in 2007 aan de Rijksuniversiteit Groningen op het onderwerp ‘Toepassingsmogelijkheden van informatietechnologie in marketing’. Daarnaast schreef hij meerdere boeken op marketinggebied, waaronder  ‘Het einde van winkels?’ en ‘Shopping 3.0’. Hij sprak onder andere voor de NOS en Harvard, en is momenteel hoogleraar bij de vakgroep Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Molenaar staat
bekend om zijn visie op gebied van disruptretail en helpt winkels te overleven in het digitale tijdperk. 

 

 

 

U bent breed geschoold en zeer ervaren, wat is de rode draad in uw carrière?

“Eigenlijk de toepassingsmogelijkheden van IT in marketing. Dit was mijn promotieonderzoek in 1997, maar ook mijn werk sinds begin 1980. Hoe verandert het gedrag van klanten door technologie en hoe leidt technologie tot een verandering in marketing. Van Direct Marketing, naar Database Marketing, naar CRM en telemarketing en nu natuurlijk internet.”

De fysieke winkels hebben het zwaar, maar lijken de verandering in consumentengedrag als spontane verandering te brengen. Was het in de jaren negentig niet al duidelijk dat e-commerce het de fysieke retail heel moeilijk gaat maken?

“Nog niet in de jaren negentig. Wij waren druk met CRM en telemarketing als ondersteuning van de marketingstrategie. De omkering kwam aan
het begin van deze eeuw, de groei van Amazon, de brede acceptatie van internet door consumenten en later de nieuwe computers, tablets en
vooral de smartphone. Maar zelfs na mijn boek “Het nieuwe winkelen” en “Het einde van winkels?” werd de impact niet onderkend. Ook nu nog zijn er adviseurs en bijvoorbeeld de vastgoed die de impact van internet op het koopgedrag ontkennen. Ach, het is maar 7% van de consumptieve bestedingen, waarbij ook de benzineverkopen en de levensmiddelen en nadere niet relevante branches worden meegenomen. Daarmee bagatelliseren ze de impact op winkels en in winkelgerelateerde
branches: mode (20% internetverkoop), schoenen (20%), speelgoed (30%), elektronica (25%). Ook de huidige ontwikkelingen laten een versterkte groei zien van deze percentages. Omzet, die niet via de winkel wordt verkocht. Daarnaast de concurrentie van buitenlandse aanbieders via internet, de transparantie in markten die leidt tot een druk op prijzen en marges vergroten de problemen van bestaande winkelketens. Maar als winkels en winkelgebieden een metamorfose ondergaan die inspeelt op ‘hedonie’,
het geluksgevoel van klanten, is er toekomst voor fysieke winkels. Alleen anders dan nu.”

 

Wat bedoelt u met disruptretail?

“Het is niet voldoende om van bestaande businessmodellen uit te gaan (transactie- en marge gedreven), of te denken dat voor een webshop dezelfde regels gelden als voor een winkel. Disruptie betekent dat de structuur, het model, aangepast moet worden. Dit geldt ook voor de retail. Andere businessmodellen zoals abonnementsvormen, rendementafspraken met leveranciers – in plaats van marges – dynamisch voorraadbeleid en ‘dynamic pricing’. Ook de integratie van producten en services en bepaalde
vormen van blurring horen hierbij. Internet wordt gedomineerd door het gebruik van smartphones. Die moeten ook geïntegreerd worden in een nieuwe propositie.”

Is de fysieke retail zomaar geholpen door e-commerce te omarmen en bijvoorbeeld een webshop naast de fysieke winkel te openen?

“Het gaat niet om de technologie, maar om de klant. Technologie kan faciliteren aan een speciale beleving, zintuigprikkelingen, extra services, zoals thuisbezorgen, maar ook aan integrale toepassingen met fabrikanten, zoals terminals in de winkel voor dropshipping faciliteiten, directe communicatie en ‘on the spot’ communicatie (smartphone). De toepassing van technologie moet geen doel op zich zijn, maar ondersteunend aan de klantrelatie en -motivatie. Een webshop alleen is zeker niet voldoende,
tenzij men kan concurreren met Bol.com, Wehkamp.nl of Coolblue.nl.”

Hoe ziet een organisatiecultuur eruit waar e-commerce in alle lagen van
de organisatie optimaal ingezet kan worden?

“Uitgaande van de klanten: oriëntatieondersteuning (sterk internetgebaseerd door platformen en websites), koopondersteuning door productcriteria en adviseren en natuurlijk nazorg met services. De klantorganisatie moet deze disciplines onderkennen. Voor fabrikanten is het essentieel om klantmanagers te hebben voor de dealers, die mede verantwoording dragen over de resultaten. Dit is het rendementsprincipe. En een communicatiemanager aanwezig voor online en offline, een
product- of een brandmanager ter ondersteuning van de communicatie en klantmanagers. De marketingmanager moet natuurlijk ook sterk analytisch
zijn en op basis van resultaten en marktanalyses sturing geven aan de verkoop, communicatie en marketing. De essentie van een retailorganisatie
verschuift van een inkooporiëntatie naar een verkooporiëntatie.”

Wat is uw visie aangaande een eventuele redding van winkels die deze jaren uit het straatbeeld zijn verdwenen?

“In mijn boek Het einde van winkels? en in mijn Kijken Kijken… anders kopen, heb ik mijn visie onderbouwd over de toekomst van retail, winkelstraten en binnensteden. Online wordt functioneel winkelen op basis van gemak en service. Winkels moeten hedonisch worden, waarbij kleine leuke gezellige winkels in de stad zullen komen en de grotere ketens vooral buiten de steden in winkelcentra en outletcentra. Dit is een ander koopgedrag. De kleine winkels in de stad maken gebruik van de aantrekkingskracht van een
leuke binnenstad met historie, cultuur, horeca en parken. Binnensteden worden verblijfslocaties, waar het leuk is te vertoeven en waar kleine boetiekachtige winkels bijdragen aan deze beleving.”

“Winkelcentra zullen juist met technologie, lange openingstijden en veel parkeergelegenheid klanten trekken, die gestimuleerd worden om te kopen. Winkelcentra krijgen
aantrekkingskracht door de entourage en grote winkelketens, terwijl binnensteden een metamorfose moeten ondergaan om leuk te zijn op veel aspecten van verblijven. Hierbij horen ook de leuke winkels, maar zijn niet de enige trekker meer in de stad.”

Als wij moderne marketing benaderen, zouden we dan het campagnegerichte online marketing en organisatiegerichte e-commerce moet scheiden, of mixen deze disciplines juist?

“Het gaat samen. Het is ‘de state of mind’ van de klant die centraal staat: oriënteren is een andere activiteit dan kopen. Voor oriënteren staat juist
informeren en beleven centraal terwijl in de koopfase.

 

Prof. dr. Cor Molenaar: retail, AI en technologie

Prof. dr. Cor Molenaar geldt als een van de Nederlandse pioniers op het snijvlak van retail, marketing en technologie. Als emeritus hoogleraar aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit onderzocht hij al vroeg hoe informatietechnologie het koopgedrag, marketing en de winkelwereld verandert. Zijn centrale boodschap is nog steeds actueel: technologie is geen doel op zich, maar moet retailers helpen om relevanter te worden voor de klant. rsm.nl

Molenaar beschrijft retail als een sector die voortdurend moet meebewegen met veranderend consumentengedrag. De klant vergelijkt prijzen online, verwacht snelheid en gemak, gebruikt de smartphone in en buiten de winkel en wil een ervaring die aansluit bij zijn persoonlijke situatie. Daardoor vervaagt de grens tussen fysieke winkel, webshop, platform en sociale media. Retail wordt een samenhangende klantreis.

AI geeft die ontwikkeling extra snelheid. Denk aan slimmere vraagvoorspellingen, persoonlijkere aanbiedingen, dynamisch voorraadbeheer, klantenservice via AI-assistenten en analyses van koopgedrag. Maar volgens de lijn van Molenaar moet de retailer daarbij niet beginnen met de techniek, maar met de vraag: welk klantprobleem lossen we op? Data en algoritmen zijn pas waardevol wanneer ze leiden tot beter advies, meer gemak, vertrouwen en een relevanter aanbod.

Juist fysieke winkels kunnen hiervan profiteren. Technologie kan medewerkers ondersteunen met actuele productinformatie, gepersonaliseerd advies en inzicht in beschikbaarheid. Zo wordt de winkel minder een plek om alleen producten op te halen en meer een plek voor beleving, service en relatie. De smartphone en digitale data zijn daarbij geen concurrent van de winkel, maar middelen om de winkel sterker te maken.

Molenaar schreef onder meer Het einde van winkels?, Red de winkel! en Kijken, kijken… anders kopen. Zijn werk laat zien dat succesvolle retail niet draait om simpelweg “digitaliseren”, maar om een klantgerichte combinatie van menselijke aandacht, data, platforms en slimme technologie. Handboek Online Marketing

 

 


HOM9020, #HOM9020

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2, 3 en 5: Video-uitleg en templates voor de persona-ontwikkeling

Uitleg van het persona model

Hoofdstuk 2, 3 en 5 bijalgen: Templates voor de persona ontwikkeling #persoon #doelgroep #plan #persona. Een persona is een karakterisering – en fictief persoon – van een bepaalde groep gebruikers die je als klant voor ogen hebt. Richt je je op meerdere doelgroepen? Maak dan meerdere persona’s. 

 

 

 

Een persona is een fictief klantprofiel, gebaseerd op onderzoek en klantgegevens. Het maakt de behoeften, wensen en het gedrag van een doelgroep concreet. Zo kunnen marketeers hun boodschap, aanbod en kanalen beter afstemmen op de mensen die zij willen bereiken.

 

Vragen die via de beschrijving van de persona moeten worden beantwoord zijn onder andere:

  • Wat is de leeftijd?
  • Welke rol speelt geld (inkomen, impulsief?) Waar wonen en werken ze?
  • Welk doel willen ze bereiken via de website?
  • Wat is hun motivatie om naar je website, shop of het online product te komen?
  • Hoe gedragen ze zich online en in de klantreis?
  • Hoe denken zij en wat zijn koopmotieven?
  • Wanneer maken ze beslissingen en welke fase van de klantreis speelt dan een rol?
  • ..

Een persona helpt je om je te verplaatsen in de doelgroep qua gedrag, eigenschappen/kenmerken, pijn/behoefte en potentie. Er zijn zeven kernonderdelen.

1. Algemene demografische info

Start met het verzamelen van de algemene informatie. Denk hierbij aan woonplaats of regio, nationaliteit, geboorteperiode en bijvoorbeeld de gezondheid.

2. Achtergrond

Bepaal de ideale achtergrond als je de persona gaat ontwikkelen. Wat is bijvoorbeeld het opleidingsniveau en uit wat voor milieu komt jouw ideale klant?

3. Demografische info

Vul het profiel aan met demografische informatie. Hierbij kun je denken aan de bron en de hoogte van het inkomen, de samenstelling van het huishouden en de leefomgeving.

4. Online activiteit

Als je een persona gaat ontwikkelen, dan is het ook belangrijk om de online activiteit eens nader te bepalen. Bevindt jouw persona zich veel op websites of juist op social media? Wanneer is jouw ideale klant online en welk device wordt er het meest gebruikt?

5. Likes en (koop)motieven

Wat vindt jouw persona leuk om te doen? Door goed te weten hoe de ideale klant zich bezighoudt in de vrije tijd kun je hier goed op inspelen. Houdt jouw persona van sporten, van internetten, van lezen of misschien wel van lekker eten? Wat zijn online koopmotieven en drivers? Wat zoekt de persona precies online? Denk aan bepaalde content, thema’s, productinfo ed.

6. Dislikes

Een persona ontwikkelen doe je niet alleen op basis van de likes, maar ook zeker op basis van de dislikes. Als marketeer moet je precies weten hoe je jouw ideale klant goed aanspreekt. Leer dus ook waar jouw ideale klant niet van houdt. Wat is de pijn van de persona?

7. Doel

Bepaal met welk doel jouw persona in eerste instantie terecht komt bij jouw bedrijf. Komt deze bij jou terecht omdat deze een probleem heeft en een oplossing zoekt, wil deze persoon meer informatie vinden of is er een andere reden die ervoor zorgt dat deze persoon bij jouw bedrijf terecht komt?

 

Personas – When the User Is Not ... - ZEISS Digital Innovation Blog

Doelgroep naar persona

Begin met segmenteren op demografisch niveau: man/vrouw, leeftijd, locatie etc. Vervolgens maak je steeds een stap dieper. Wat zijn de algemene kernmerken van de doelgroep? Welke behoeften hebben zij? Welke radiozender is het meest populair binnen de doelgroep? Door een specifieke doelgroep te formuleren, ontwikkel je een persona. Maak hiervoor bijvoorbeeld gebruik van Google Analytics, website tools, Google Search, interviews met klanten en enquêtes.

 

Een aantal voorbeelden en ook links naar gratis persona templates, zoals;

 

 

 

Gratis Persona template | Nico.nl | Schrijf je nu vrijblijvend in

 

 

 

Persona Type Wat drijft haar? Hoe benader je haar?
NT – Competitief Resultaatgerichte beslisser Succes, snelheid, status, voordeel Kort en krachtig: resultaten, bewijs, exclusiviteit en duidelijke winst.
SP – Spontaan Energiek, sociaal en ervaringsgericht Plezier, inspiratie, nieuwigheid Visueel, speels en activerend: beleving, trends, fun en directe actie.
NF – Humanistisch Waardengedreven en betrokken Mensen, betekenis, verbinding Warm en persoonlijk: verhalen, maatschappelijke waarde, inclusie en vertrouwen.
SJ – Methodisch Zorgvuldige planner Zekerheid, kwaliteit, structuur Feiten en rust: stappenplannen, garanties, reviews, details en betrouwbaarheid.

 

 

 

#8205

8205

Hom9019

#hom9019

 

Hoofdstuk 7: Virale marketingcases op basis van het E-model

 

De toepassing van het E-model (met de 8 E’s) op vijf iconische en succesvolle virale campagnes laat zien hoe deze succesfactoren in de praktijk samenkomen.  

1. Spotify Wrapped

  • Engagement: Gebruikers voelen een diepe, persoonlijke verbinding doordat de campagne volledig om hun eigen muzikale jaar draait.

  • Echtheid: Het toont feitelijke, unieke luisterdata, wat het onmogelijk nep of nagespeeld maakt.

  • Exposure: Verspreidt zich explosief doordat miljoenen gebruikers hun persoonlijke statistieken massaal op social media gooien.

  • Emotie: Nostalgie, herkenning en trots op de eigen muzieksmaak voeren de boventoon.

  • Entertainment: Het werkt als een feestelijke, kleurrijke en verslavende terugblik op je eigen jaar.

  • Empathie: Spotify leeft zich in in de behoefte van de jonge generatie om hun identiteit via muziek online te delen.

  • Earned: Een ongekende hoeveelheid gratis media-aandacht en organic reach doordat de app zelf de deelknop faciliteert.

  • Experience: Het geeft een jaarlijks ‘WOW-effect’ door de unieke, op maat gemaakte visuele beleving. 

 

 

2. Dollar Shave Club (“Our Blades Are Fing Great”)*

  • Engagement: Oprichter Michael Dubin sprak de doelgroep direct, brutaal en op gelijke hoogte aan.

  • Echtheid: Geen gladde acteurs, maar de oprichter zelf die droog en zelfspotachtig door het magazijn loopt.

  • Exposure: Gestart met een krappe budgetvideo op YouTube die door tech- en marketingplatforms organisch werd opgepikt.

  • Emotie: Irritatie over dure scheermesjes wordt omgebouwd naar bevrijding en humor.

  • Entertainment: Pure stand-up comedy gecombineerd met productvoorlichting; de video is hilarisch van begin tot eind.

  • Empathie: Begrijpt de frustratie van de consument over absurde prijzen voor simpele scheermesjes volkomen.

  • Earned: Binnen 48 uur stroomden de abonnees en gratis mediavermeldingen binnen zonder miljoeneninvesteringen in trad-media.

  • Experience: De brutale toon zette direct de toon voor een compleet nieuwe klantervaring met een abonnementsmodel.

 

3. Oreo (“Dunk in the Dark” – Super Bowl Blackout)

  • Engagement: Realtime inhaken op een gedeelde live-gebeurtenis zorgde voor directe collectieve aandacht.

  • Echtheid: Geen vooraf bedrukte reclame, maar bliksemsnelle, authentieke improvisatie op een actuele ramp.

  • Exposure: Duizenden retweets binnen minuten doordat miljoenen Amerikanen live naar dezelfde wedstrijd keken.

  • Emotie: Spanning en verbazing over de stroomstoring, direct omgezet in hilariteit.

  • Entertainment: Een slimme, minimalistische visuele grap die inspeelt op het moment.

  • Empathie: Perfecte timing zonder leedvermaak; het sloot naadloos aan bij de collectieve beleving van de kijkers.

  • Earned: Gigantische gratis PR in wereldwijde marketingboeken en nieuwsrubrieken dankzij één enkele tweet.

  • Experience: De scherpte van het merk gaf consumenten het gevoel erg verstandig te kiezen voor een ‘slim’ koekjesmerk.

 

 

4. Ice Bucket Challenge (ALS Association)

  • Engagement: Directe oproep om vrienden uit te dagen legde een ijzersterk sociaal netwerklaagje over de actie.

  • Echtheid: Zelfs de grootste CEO’s en beroemdheden stonden te rillen in hun t-shirt zonder filter; het was rauw en echt.

  • Exposure: Via de persoonlijke netwerken van miljoenen gewone burgers én A-listers op Facebook en Instagram.

  • Emotie: Medeleven met zieke mensen gecombineerd met fysieke sensatie en pure pret.

  • Entertainment: Een fysieke uitdaging die fungeerde als een onschuldig parlor game (“durf of de waarheid”).

  • Empathie: Diep respect voor slachtoffers van de spierziekte ALS door zelf letterlijk een ongemakkelijke, koude ervaring te ondergaan.

  • Earned: Honderden miljoenen aan donaties en wereldwijde gratis nieuwskoppen zonder traditioneel advertentiebudget.

  • Experience: De fysieke schok en het trotse gevoel van meedoen aan een wereldwijde beweging zorgden voor een onuitwisbare indruk.

 

 

 

5. McDonald’s (The Grimace Shake Trend op TikTok)

  • Engagement: McDonald’s gaf de controle uit handen, waarna tieners zelf massaal eigenaar werden van het personage Grimace.

  • Echtheid: Ongecensureerde, door gebruikers gemaakte TikTok-video’s (UGC) in plaats van gepolijste corporate commercials.

  • Exposure: Exponentiële verspreiding via het algoritme van TikTok onder jongeren wereldwijd.

  • Emotie: Absurdisme, spanning en gitzwarte humor.

  • Entertainment: Mini-thrillers waarin drinkers van de paarse shake plotseling “omvallen”; het voelde als een interactieve griezelfilm.

  • Empathie: Het merk koos ervoor om de spot met zichzelf niet weg te censureren, maar omarmde de grap slim via social media.

  • Earned: Gratis bereik ter waarde van miljoenen dollars aan advertentiewaarde gedreven door de community.

  • Experience: Een bizarre, interactieve cultuurbeleving die een simpel fastfoodproduct transformeerde tot een internetfenomeen.

 

HOM9033, #HOM9033

Hoofdstuk 1: Circular Hub van IKEA; marketles uitleg

Ikea Gebouw Magazijn - Gratis foto op Pixabay

 

We analyseren een schoolvoorbeeld van rebranding en circulaire waardeproposities. We kijken naar de transformatie van IKEA’s ‘Circular Hub’ naar de Tweedekanshoek.

De psychologie van rebranding: van concept naar emotie Ikea heeft de ‘Circular Hub’ hernoemd naar de Tweedekanshoek. Waar de vorige naam technisch en abstract klonk (gericht op het proces), spreekt de nieuwe naam direct tot de verbeelding van de consument. Het communiceert een gunfactor: een product is niet “tweedehands”, maar krijgt een “nieuwe kans”.

Marketing-insight: door een vernieuwde visuele identiteit te koppelen aan een lagere prijs, verlaagt Ikea de drempel voor duurzame consumptie. Het product wordt een “vondst” in plaats van een “restant”.

Omnichannel integratie en voorraadbeheer De Tweedekanshoek fungeert als een brug tussen de fysieke winkel en de digitale omgeving (omnichannel). Online: gebruikers kunnen exclusieve artikelen direct reserveren, wat zorgt voor een hogere conversie en minder onnodige ritten naar de winkel. Offline: in de fysieke winkels wordt de beleving versterkt met showmodellen en uitlopende collecties, wat de “treasure hunt”-ervaring bij de klant stimuleert.

De ‘buy-back’ strategie als retentietool De meubelinruilservice is een essentieel onderdeel van Ikea’s circulaire bedrijfsmodel. Door gebruikte meubels terug te kopen, realiseert de retailer twee doelen:

  1. Customer lifetime value (clv): de klant ontvangt een tegoedbon, wat direct leidt tot herhaalaankopen.

  2. Corporate social responsibility (csr): het verminderen van de afvalberg versterkt het merkimago als duurzame marktleider.

Product life extension: service als marketing Een cruciaal onderdeel van de marketingmix (de ‘p’ van product) is de nazorg. Door gratis reserveonderdelen aan te bieden, verschuift Ikea de perceptie van een “wegwerpproduct” naar een duurzaam gebruiksgoed. Dit creëert merkloyaliteit; de klant voelt zich ondersteund in het onderhoud, wat de levensduur van de relatie met het merk verlengt.

Het wegnemen van barrières (frictionless shopping) In de consumentenpsychologie is transport vaak een ‘pijnpunt’. Ikea lost dit op door aanvullende diensten aan te bieden, zoals de huur van bussen en aanhangers. Door hierbij een korting te geven aan Ikea family leden, wordt de dataverzameling (via het loyaliteitsprogramma) gestimuleerd, terwijl de fysieke barrière om grote tweedehands meubels te kopen wordt weggenomen.

Hoofdstuk 2: Strategie, klanten en verdienmodellen

 

Om je klanten te leren kennen, heb je kwalitatieve klantgegevens nodig die centraal beheerd en geanalyseerd worden. Kostbaar veldonderzoek uitgevoerd door een marktonderzoeksbureau, zoals Blauw research of Motivaction, brengt al snel een gepaste doelgroep in beeld. Interne (klant)databases en een eigen CRM-systeem, zoals het gratis ZOHO.com, zijn kostenbesparend en uitermate geschikt om huidige klanten in kaart te brengen. Een CRM is van waarde wanneer elke werknemer, die klantcontact heeft, ook toegang heeft tot CRM. Zo wordt het klantprofiel continu verrijkt.

Ook klachten en gespreksnotities en verstuurde offertes horen in een CRM om de marketeer zo meer zicht te geven in het bestaan van de huidige klant. Ook een livechat, die bijvoorbeeld gemaakt wordt met www.livechat.com of www.liveagent.com, kan veel commerciële klantdata verzamelen uit de online klantreis. Als een klant lang op de webshop verblijft (dit wordt de time on site genoemd), kan er een chatvenster worden geopend om de interactie met de geïnteresseerde aan te gaan en de klant beter te leren kennen in zijn behoefte. Door naar het mailadres en de volledige naam te vragen, wordt er een begin gemaakt met het aanleggen van een eventueel klantprofiel. Dit wordt microconversie genoemd. Het uiteindelijke klantenbestand achter de shop geeft een overzicht van het aantal kopers en inschrijvers op de nieuwsbrief en verdient een directe koppeling met het CRM-systeem.

 

 

Van klant naar verdienmodel

 

De verschuiving van traditioneel, rechtlijnig langetermijndenken naar een wendbare, moderne online strategie heeft direct impact op hoe bedrijven waarde creëren en vangen. Waar klassieke verdienmodellen vaak leunden op eenmalige transacties of starre abonnementsvormen binnen een voorspelbare markt, vereist extreme customer centricity dat verdienmodellen meebewegen met de klantrelatie.

Moderne online strategieën richten zich op duurzame dialoog, customer delight en engagement via social media, wat vraagt om verdienmodellen die verder gaan dan een directe verkoop. Denk aan hybride modellen waarin terugkerende waarde centraal staat, zoals freemium-structuren, usage-based pricing of community-gedreven lidmaatschappen waarbij loyale klanten en digitale ‘fans’ via co-creatie en influence bijdragen aan de omzet. Door de focus te leggen op langdurige relaties en het activeren van ambassadeurschap, verandert de klant van een eindpunt in een transactieketen naar de kern van een circulair en flexibel verdienmodel.

 

 

Waarom kopen potentiële klanten onze producten niet?

Google Analytics is uitermate geschikt om de plek, het tijdstip en de locatie van het afzwaaien van een potentiële klant op een webshop in beeld brengen, zie afbeelding 2.16. Het is dan noodzakelijk wat gegevens van die afwijzende klant te hebben, zoals een mailadres om het klantcontact middels een gerichte mailing te vervolgen of door middel van een online survey te achterhalen waarom er niet wordt gekocht. Dit opwarmen van de digitale interesse van een bezoeker wordt lead nurturing genoemd.

Een digitale manier om de potentiële klant in beeld te krijgen, is door middel van leadgeneratie op basis van het herhaaldeijk aanbieden van content van waarde (zie hoofdstuk 7 en 8). Een koude of warme lead een contact(persoon) die belangstelling heeft getoond in de producten of diensten, maar mogelijk nog geen aankopen mag of kan doen, heeft nurturing nodig. Nurturing draait om het voeden van de lead met meer informatie om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Het gaat om potentiële klanten met wie een bedrijf nog geen zaken heeft gedaan, maar dit wel verwacht in de toekomst.

Een online survey, met bijvoorbeeld www.forms.app, is geschikt om de wensen en bezoekers nog beter in beeld te krijgen. Het venster, of de pop-up of pop-under, kan na de koop of bij terugkomend bezoek op de site of app worden getoond.
Wat zeggen onze klanten en die van de concurrent over onze producten?
Door middel van (social) care en openbare reviews, zoals het groot aantal reviews van vakanties op Zoover.com, kun je de eigen klant, maar ook die van de concurrent, nog beter leren kennen.
De service-afdeling vult door de dag heen de CRM met productvragen, klachten en opmerkingen. Het is de goudmijn voor de (online) marketeer die de klantengroep, doelgroep en persona vorm wil geven.

Digitale after service, zoals een gerichte klantmail met gebruikerstips over het aangekochte product of een winactie bij het achterlaten van een uitgebreide productbeoordeling, geven notie van de product- en klantbeleving. De beoordelingen worden waardevoller; in 2022 zijn er overheidsrichtlijnen gekomen die nepreviews verbieden.

Waarom en hoe kiezen klanten onze producten?

De path-to-purchase is het (klik)pad dat naar een koop leidt. De eye tracking test, die mogelijk is via de webcam met de gratis tool Gazerecorder, en mouse tracking, dat een gratis tool kent, genaamd Hotjar(.com), zijn technieken die de oog- en de muisbewegingen van de online gebruiker kunnen volgen. Bij eye tracking wordt de positie van de pupil in het oog gevolgd. Dit kan gebruikt worden om het gebruik van producten of diensten te verbeteren. Bij mouse tracking wordt de beweging van de muis over het scherm vastgelegd door (online) software. Hiermee kan er informatie over de online acties van de gebruiker worden vastgelegd. Deze methode is toe te passen op alle activiteiten die op een computer plaatsvindt. Vaak wordt op deze manier het klikgedrag en het klikpad getest

Hoe trekken wij meer online klanten aan voor onze producten?

Bij een freemium verdienmodel krijgen geïnteresseerden (tijdelijk) gratis toegang tot de (basis)functionaliteiten van een app, website of tool. Voor de geavanceerde functionaliteiten, moeten ze betalen om toegang te krijgen. Het freemium verdienmodel wordt succesvol toegepast bij de online diensten van bijvoorbeeld LinkedIn (Premium), Spotify en WeTransfer en veel online games
Het Nederlandse Wetransfer, waarmee grote bestanden verzonden kunnen worden, laat een voorbeeld zien van een zogenoemd freemium business model. Je kan gebruik maken van een gratis Wetransfer tool met een maximum van twee gigabyte aan bestanden versturen. Als je grotere bestanden wilt versturen en deze van nog meer gemakken wilt voorzien, kan je ook voor een betaalde Wetransfer account kiezen. Bij een premium of een subscription model betalen gebruikers voor een online lidmaatschap. Dit kan veelal na een korte, gratis periode van gebruik om na betaling bijvoorbeeld onbeperkt de online krant te lezen. De gebruikers betalen per dag, week, maand, kwartaal of jaar voor het gebruiken van een online dienst, tool of content. Het verdienmodel is laagdrempelig en levert een grote groep van geïnteresseerden op die bruikbaar zijn voor leadnurturing.

Daarnaast leveren subscription verdienmodellen ook een stabiele inkomstenbron, mits je online product een goede customer retention heeft. Je bestaande klanten blijven dan maandelijkse inkomsten genereren, wat weer niet het geval is bij een premium verdienmodel waar eenmalig een volledige versie of het onbeperkt gebruik van betaalde content wordt aangeboden. Deze verdienmodellen leveren wederom bruikbare klantdata op, zoals de leesvoorkeur van bepaalde artikelen en onderwerpen.
Een online verkoopplatform, of marketplace, is een grote, online winkel die zich als tussenhandelaar beperkt tot doorverkoopactiviteiten van derden aan consumenten of bedrijven. Het doorverkopen wordt affiliate marketing genoemd (meer in hoofdstuk 13). Bij de affiliate marketing als verdienmodel genereren websites leads of verkopen voor derden, zoals bekende vergelijkingssites dit doen als www.gaslicht.com en www.beslist.nl.
Zo wordt er bij het vergelijken van een energiecontract een lead gecreëerd die vervolgens wordt opgevolgd (lead nurturing) door de energiemaatschappij zelf. Soms koop en betaal je op het vergelijk- of verkoopplatform, soms via de productpagina van de eigenlijke aanbieder. Als de bezoeker de producten ook daadwerkelijk afneemt, krijgt de affiliate of het verkoopplatform een commissie van de verkoop. In principe wordt je als aanbieder partner van een verkoopplatform. Platformen, zoals Bol.com en Amazon, hebben allemaal hun eigen affiliate programma.

Voor zowel het platform als de aanbieder is affiliate marketing een mooie win-win situatie zijn. Naast het direct benaderen van de (grote) verkoopplatformen voor een zogenoemd partnerprogramma, zijn Getapp.be en Daisycon veelgebruikte affiliate marketing tools die partijen aan elkaar koppelen.
Waarom zou je een verkoopplatform of marketplaces inzetten?
Het bereik van een soortgelijk platform is vele malen groter dan van een eigen webshop. Het geeft de kans om een snelle, commerciële start te maken. Daarbij is er direct toegang tot een grote groep van online klanten en is het een extra afzetkanaal. In sommige gevallen is het direct mogelijk om in het buitenland te verkopen en daar het vergroten van de naamsbekendheid. Nog belangrijker is de directe aanwezigheid bij de start van de klantreis of customer journey aangezien veel kopers starten op een online marketplace.
Een online veilig is niet direct een verdienmodel dat top-of-mind zit, aangezien slechts een kleine groep mensen gebruik maakt van offline veilingen. De veilingen lijken op een affiliate-model en zijn toegankelijk geworden voor iedereen. Denk aan online veilingen, zoals Vakantieveilingen.nl, Jouwveiling.nl of Vavato.be.

Veilingwebsites zijn nog niet zo populair als webshops, verkoopplatformen of marktplaatsen, maar ook deze veilingen spreken belangrijke fasen in de klantreis aan. Ze zorgen voor de eerste klanten en naamsbekendheid. Ook deze veilingen werken met een commissie bij verkoop. Naast de genoemde, letterlijke verdienmodellen, geven deze opties ook meer inzicht in de (eventuele) klant, het koopgedrag en het gedrag op het verkoopkanaal.

Hoofdstuk 12: Extra laag privacy bij WhatsApp-chats

 

WhatsApp heeft woensdag aangekondigd dat het een nieuwe functie lanceert waarmee gebruikers een extra laag privacy kunnen toevoegen aan hun chats. De nieuwe instelling, genaamd “Geavanceerde Chatprivacy”, voorkomt dat jij en de mensen met wie je chat gesprekken kunnen exporteren of media automatisch kunnen downloaden naar hun telefoon.

Ook voorkomt de instelling dat gebruikers Meta AI kunnen noemen in berichten of vragen kunnen stellen aan Meta AI.

Het idee achter deze functie is om iedereen in een groep de zekerheid te geven dat wat er gedeeld en gezegd wordt, niet buiten de chat kan worden gebracht.

Lees verder →